Antistolling| Eerstelijns- en poliklinische ingrepen

Antistollingsschema

Toelichting

Voorschrijver: de arts (huisarts of specialist) die de behandeling met antistollings-medicatie heeft gestart (indicatiestelling en receptuur) geldt als voorschrijver. Indien de patiënt inmiddels actief terugverwezen is naar de huisarts en niet meer onder behandeling of controle is van de specialist, dan is de huisarts hoofdbehandelaar en dus aanspreekpunt.
De huisarts kan indien gewenst de initiërend specialist raadplegen, en voor patiënten onder behandeling van de trombosedienst de verantwoordelijk arts aldaar.
Bij onoverkomelijke problemen bij de advisering met betrekking tot de antistolling kan de huisarts een specialist in consult vragen of verwijzen. (indien mogelijk: meekijkconsult).

Gegevensuitwisseling met trombosedienst  bij gebruik vit K antagonisten
De arts/tandarts die de ingreep plant en/of uitvoert informeert de trombosedienst.
De trombosedienst informeert patiënt over eventuele aanpassingen in het schema.
De arts/tandarts controleert voor de ingreep of de trombosdienst is ingelicht en hoe het schema is aangepast.

Voor het melden van een ingreep, het melden van staken van de VKA’s, of het melden van een complicatie kan gebruik worden gemaakt van de volgende webformulieren:
• Trombosedienst, melding ingreep
• Trombosedienst, melding staken antistolling
• Trombosedienst, melding complicaties VKA/DOAC/LMWH

Gegevensuitwisseling bij gebruik van pijnstillers en antibiotica
De arts/tandarts die in het kader van de ingreep medicatie voorschrijft instrueert de patiënt de trombosedienst op de hoogte te stellen over het gebruik van zelfmedicatie (mn pijnstillers).
De apotheek informeert de trombosedienst over voorgeschreven medicatie (mn antibiotica en eventueel pijnstillers).
De trombosedienst informeert patiënt over eventuele aanpassingen in het schema.

Peri-operatief antistollingsbeleid vitamine K antagonisten Meander MC
 

Verklarende woordenlijst

ACTA: Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam
ACTA richtlijn 2012

Antistolling: alle medicatie die wordt voorgeschreven met de bedoeling de stollingsneiging te vertragen of te verminderen

INR International Normalised ratio: internationale maat voor de stolbaarheid van bloed. Het geeft de snelheid weer waarmee uw bloed stolt. Een INR van 1.0 is de normale waarde voor mensen die geen antistollingsmiddelen gebruiken.

LWWH: Low Molecular Weight Heparin, voorbeeld: nadroparine, (fraxiparine/ fraxodi)

NOAC’s: Nieuwe Orale Anti Coagulantia

Plaatjesremmer: trombocytenaggregatieremmers, voorbeelden: acetylsalicylzuur, carbasaaltcalcium, clodiprogel, dipyridamol

Vit K antagonist: vitamine K remmende middelen, voorbeelden: fenprocoumon en acenocoumarol

 

           

 

Bronnen

LSKA, Landelijke Standaard Keten Antistolling, november 2012; ACTA Richtlijn, juni 2012; Kennisdocument antistolling; LESA antilstolling (2011)

Samenstellers

Deze werkafspraak is een voortvloeisel van overleg in het kader van de Regiotafel Trombosedienst

Aan de totstandkoming werkten mee:
R.Fijnheer, internist-haematoloog Meander MC; JE.Nagtegaal, apotheker Meander MC; M.van Wijnen, klinisch chemicus Meander MC;  E. van Rijnsoever, apotheker de Tolgaarde; M.Idema, Verpleeghuisarts Birkhoven; L.J.Meijer, huisarts; GS.Fodor, arts bloedafname trombosedienst; AMR.Baan, teammanager bloedafname trombosedienst; AM.Unk, verpleegkundige bloedafname trombosdienst; H. Graafland, medisch coördinator MCCE