Decubitus

Algemeen

Definitie van decubitus
Decubitus is een gelokaliseerde beschadiging van de huid en/of onderliggend weefsel, meestal ter hoogte van een botuitsteeksel, als gevolg van druk of druk in samenhang met schuifkracht. Vaak is er sprake van multifactoriele problematiek.
 

Classificatie

Decubitus classificatie
Eenduidige classificatie van decubitus is belangrijk. 
NPUAP/EPUAP classificatiesysteem
CATEGORIE:

  • I. Niet-wegdrukbare roodheid bij een intacte huid     
  • II. Huidletsel dat zich beperkt tot de opperhuid en aanwezigheid van blaarvorming en/of ontvelling.    
  • III. Huiddefect met schade of necrose van huid en onderhuids weefsel (subcutis). De schade kan zich uitstrekken tot aan het onderliggende bindweefselvlies (fascie).    
  • IV. Uitgebreide weefselschade of weefselversterf (necrose) aan spieren botweefsel of ondersteunende weefsels.    

Multidisciplinair

Meerdere disciplines kunnen betrokken worden bij de preventie en behandeling van decubitus, o.a.:

1e Lijn: Huisarts, Specialist ouderengeneeskunde, Wijkverpleegkundige, 1e lijnswondverpleegkundige, Wondconsulent, Ergotherapeut, Fysiotherapeut, Diëtist. 

2e Lijn: Vaatchirurg, Plastisch chirurg , Specialist ouderengeneeskunde, Wondverpleegkundige, Wondconsulent, Ergotherapeut, Fysiotherapeut, Diëtiste, Revalidatiearts.
 

Doel

Doel van deze werkafspraak
Optimaliseren van de preventie van decubitus en het verkorten van de behandelduur van decubitus door tijdige consultatie van wondverpleegkundige/wondconsulent en specialisten in 1e en 2e  lijn. 

De werkafspraak beschrijft:

  1. Indicaties voor consultatie van de wondverpleegkundige/wondconsulent door o.a.: huisarts, wijkverpleegkundige, specialist ouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten.
  2. Indicaties voor verwijzing naar 2e lijn naar de vaatchirurg en wondverpleegkundige en wondconsulent.
  3. Samenwerkingsafspraken en informatieoverdracht bij preventie en behandeling van decubitus in de 1e en 2e lijn.

Spoed

Spoedverwijzing indien er sprake is van: 

  • Geïnfecteerde ernstige necrose, dreigende sepsis (= indicatie voor opname)

Bellen met de dienstdoende vaatchirurg via telnr. 033 - 850 87 01.
 

Huisarts

  • Stelt oorzaak decubitus, complexiteit en co-morbiditeit vast met aandacht voor preventieve maatregelen en pijnbestrijding. 
  • Beoordeelt de wond zelf minstens 1x per week gedurende 3 weken
  • Consulteert laagdrempelig een 1e-lijns wondverpleegkundige/wondconsulent voor maken wondbeschrijving volgens TIME (Tissue/weefsel, Infection, Moisture/vocht(on)balans, Edge/wondranden), wondbehandelplan en evt. debridement. Wijkverpleging kan ingeschakeld worden voor uitvoer wondbehandeling en inzet preventieve maatregelen. 
  • Consulteert indien nodig diëtist, ergotherapeut, specialist ouderengeneeskunde (zie verwijscriteria). 
  • Indien na 3-6 weken optimale behandeling geen verbetering/stagnatie van de wondgenezing: verwijzing naar 2e lijn.

Verwijscriteria binnen1e lijn en naar 2e lijn

Bij de besluitvorming over verwijzing wordt rekening gehouden met de wens van de patiënt en de levensverwachting.

  • Schakel bij een decubituswond Categorie II tm IV laagdrempelig een wondverpleegkundige in.
  • Consulteer een diëtist bij twijfel over adequate intake van voeding (eiwitten!) of bij problemen met de voedselinname.
  • Overweeg consultatie van een ergotherapeut om te adviseren over de houding van de patiënt en het gebruik van hulpmiddelen ter preventie van decubitus.
  • Overweeg consultatie van een specialist ouderengeneeskunde (en zijn/haar multidisciplinaire team) bij stagnerende genezing bij een kwetsbare oudere die niet naar het ziekenhuis wil.
  • Verwijzing naar een vaatchirurg bij categorie III en IV decubitus die niet sluit of verbetert na 3-6 weken optimale behandeling, bij uitgebreide necrose, vermoeden van osteomyelitis, bij sepsis (spoed) en indien operatieve sluiting van de decubituswond mogelijk geïndiceerd is.

Info aan specialist

Huisarts heeft telefonisch overleg met de dienstdoende vaatchirurg via 033 - 850 87 01. Patiënten met decubitus worden in principe klinisch (en niet poliklinisch vanwege hun beperkte mobiliteit en transfermogelijkheden) beoordeeld om efficiënte diagnostiek en behandeling te bewerkstelligen.

Huisarts verwijst na telefonisch overleg via Zorgdomein en vermeldt in de brief:

  1. Vraagstelling
  2. Verwacht de huisarts genezing of comfort? Past operatief ingrijpen nog binnen het door de huisarts met patiënt afgesproken behandelbeleid? 
  3. Beloop tot nu toe: duur, hypothese over oorzaak, reeds ingezette preventie en behandeling
  4. Betrokken andere disciplines. Ingeschakelde thuiszorgorganisatie/wondverpleegkundige/-consulent met contactpersoon en contactgegevens.
  5. Informatie over voedingstoestand
  6. Mobiliteit: loopt patiënt nog en komt hij/zij zelf op toilet?
  7. Voorgeschiedenis
  8. Medicatie

Info aan patiƫnt

Wordt telefonisch opgeroepen vanuit Meander voor opname binnen 2 werkdagen.

Specialist en vervolgbeleid

Info aan de huisarts
Na opname wordt binnen 2 dagen een voorlopig behandelplan opgesteld.

Ontslagbrief volgt aan de huisarts binnen 1 werkdag waarin het beloop van de opname en het wondbehandelplan wordt vermeld. 
Een kopie van het wondbehandelplan wordt meegegeven aan de patient voor de wijkverpleegkundige.

Na ontslag zijn er twee opties:

  • Patiënt blijft onder behandeling bij de vaatchirurg en vaatchirurg blijft verantwoordelijk voor het wondbehandelplan.
  • Patiënt wordt terugverwezen naar de huisarts. Huisarts ontvangt wondbehandelplan vanuit het ziekenhuis en is verantwoordelijk voor de verdere wondbehandeling ism 1e lijns wondverpleegkundige/wondconsulent. Wijkverpleging is ingeschakeld voor uitvoer wondbehandeling en inzet preventieve maatregelen.

Bron en samenstellers

Bron: NHG Standaard Decubitus (2015), Decubitus Nederland https://www.decubitus-nederland.nl 
Internationaal: Pressure Ulcer Prevention & Treatment, Clinical Practice Guideline, (European Pressure Ulcer Advisory Panel (EPUAP) en de American National Pressure Ulcer Advisory Panel (NPUAP) 2009.

Deze werkafspraak is samengesteld door: M. Feenstra, wondverpleegkundige (BuurtzorgNederland), L. Hijwegen, wondconsulent (MeanderDaVinci), E. van Mulligen, specialist ouderengeneeskunde (de Haven), R. Voorhoeve, vaatchirurg (MeanderMC), I.C. Tchaoussoglou, huisarts/medisch coördinator (MCCE)