Fractuurpreventie FTTO

Behandelprotocol fractuurpreventie 2016

voor pdf versie klik hier
 
Te behandelen groepen
Postmenopauzale vrouwen en mannen > 50 jaar met:
•   Wervelfractuur (o.b.v. röntgenfoto ≥ 25% hoogteafname)
•   Fractuur of verhoogd fractuurrisico in combinatie met osteoporose (T-score ≤ -2.5 in heup(hals) en of lumbale wervelkolom)
•   Glucocorticoïd-geïnduceerde osteoporose bij verwachte duur > 3 mnd  ≥ 7,5 mg prednisolon (of equivalenten) per dag gebruik van 3 of meer stootkuren per jaar
 
Algemeen:
Adviseer leefstijladviezen, vitamine D-suppletie en valpreventie conform de vigerende richtlijnen (voor referenties zie achtergrond en overwegingen)
 
Controles tijdens behandeling
•   Spreek met patiënten die bisfosfonaten gebruiken een controle af (bijvoorbeeld 4 weken, 3 en 6 maanden na de start en vervolgens jaarlijks). Besteed aandacht aan juist medicatiegebruik en therapietrouw.
•   Controleer de nierfunctie minimaal 1x per jaar.
•   Tussentijds zijn geen DXA-metingen aangewezen.
•   Meet jaarlijks de lichaamslengte. Maak een röntgenfoto van de wervelkolom bij een vermoedelijke nieuwe wervelinzakking zoals bij een lengtevermindering van meer dan 5 cm.
 
Evaluatie ter beoordeling stop medicamenteuze therapie
 
FARMACOTHERAPIEAFSPRAKEN fractuurpreventie
 
Stap 1   suppletie calcium, vitamine D èn een bisfosfonaat
 
a. m.b.t. calcium:
  • ≥ 3 zuiveleenheden/dag: geen calcium
  • 1-2 zuiveleenheden/dag: 500 mg calcium (in tabletvorm?)
  • 0 zuiveleenheden/dag: 1000 mg calcium (kwetsbare ouderen max. 500mg)
  • bij glucocorticoïd-geïnduceerde osteoporose: altijd 1000 mg calcium
  • calcium dient ingenomen te worden bij de avondmaaltijd of ’s avonds; nooit gelijktijdig met het bisfosfonaat.
 
b. m.b.t. vitamine D:
  • toevoegen van vitamine D is altijd gewenst, tenzij op grond van een spiegelbepaling toevoeging niet nodig is; de dosis is 800/880 IE per dag of equivalent daarvan als bolusdosering met een maximaal doseerinterval van 2 maanden.
  • Indien tevens calcium geïndiceerd is, kies voor een combinatiepreparaat.
 
c. m.b.t. bisfosfonaat:
  • alendroninezuur:   1 x per week 70 mg (of 1x daags 10 mg)
of
  • risedroninezuur:    1 x per week 35 mg (of 1x daags 5 mg)
 
Stap 2    bijwerkingen bisfosfonaat
  • switch in geval van gastro-intestinale bijwerkingen in de volgende volgorde:

    alendroninezuur → risedroninezuur→ evt. alendroninezuurdrank
     
  • overweeg alendroninezuur in drankvorm bij problemen met inname tablet
  • ga over op stap 3 bij onvoldoende effect van switchen of bij contra-indicatie
 
Stap 3   denosumab s.c.  of  zolendroninezuur i.v.
 
Verwijzen 2e lijn
  • Premenopauzale vrouwen en mannen <50 jaar;
  • Recidief fractuur na het eerste jaar (ondanks goede therapietrouw) of multipele (wervel)fracturen;
  • Sterk verminderde nierfunctie (eGFR ≤30 ml/min);
  • Contra-indicatie of intolerantie voor oraal bisfosfonaat of denosumab;
  • Bij verhoogd valrisico (≥ 2x vallen per jaar) verwijzen naar valpoli.
 
Evaluatie na 5 jaar oraal bisfosfonaat of 3 jaar i.v. of denosumab: zie evaluatie schema.

Bronnen, auteurs, revisiedatum

Bronnen: achtergrond en overwegingen, FTTO fractuurpreventie 2016

Auteurs: L. Ariaans-Silkens, apotheker, Prof. Dr. J.P.W. van den Bergh, endocrinoloog, M. Frings, Specialist Ouderengeneeskunde, M.T.C.J. Obster-Keusters, apotheker, N Sadri, huisarts, A. Pieffers, ziekenhuisapotheker

Revisiedatum: 2020