Geriatrisch formularium - dermatologie

Doelstelling

Het optimaliseren en uniformiseren van farmacotherapiebeleid en het doelmatig inzetten van geneesmiddelen bij (kwetsbare) ouderen in de regio Noord- en Midden-Limburg.

1. Bacteriële huidinfecties

Klik hier voor de NHG-standaard bacteriële huidinfecties.

Bacteriële huidinfecties – cellulitis/erysipelas

Niet-medicamenteuze therapie cellulitis en erysipelas

  • Adviseer de belasting te beperken en het been hoog te leggen gedurende 1 week.
  • Zwachtelen van het been wordt niet aanbevolen in de eerste 4-6 weken van een cellulitis. Overweeg te starten met ambulante compressietherapie bij persisterend lymfoedeem na een periode van 4-6 weken. Vervolgens kan een therapeutische elastische kous toegepast worden. Als het oedeem is verdwenen en ook zonder kous wegblijft, hoeft de kous niet meer gedragen te worden.

Medicamenteuze therapie

Bacteriële huidinfecties – cellulitis

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. flucloxacilline (Floxapen ®)

Oraal:
4 dd 500 mg, gedurende 10-14 dagen

CI: veiligheid onbekend bij levercirrose, penicilline overgevoeligheid
B: maagdarmstoornissen, huiduitslag, urticaria en purpura

Nee, maar er is tevens een suspensie beschikbaar

2. claritromycine

Oraal:
2 dd 500 mg, gedurende 10-14 dagen

IA: HIV-proteaseremmers, cobicistat, atazanavir, CYP3A4-remmers, buspiron, carbamazepine, digoxine, linezolid, rifabutine, rilpivirine, diltiazem
O: bij penicilline overgevoeligheid
B: misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, dyspepsie, smaakstoornissen, afwijkende leverfunctiewaarden, huiduitslag, overmatig zweten
N: bij eGFR < 30 ml/min/1,73 m2 2 dd 250 mg

Ja

2. clindamycine (Dalacin C ®)

Oraal:
3 dd 600 mg, gedurende 10-14 dagen

IA: HIV-proteaseremmers, ciclosporine
O: bij penicilline overgevoeligheid

Bij levercirrose met Child-Pugh B of C, doseerinterval van minstens 8 uur aanhouden
B: buikpijn, maagpijn, diarree, oesofagitis

Nee

Bacteriële huidinfecties – erysipelas

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. feneticilline (Broxil ®)

Oraal:
4 dd 500 mg 10-14 dagen

CI: veiligheid onbekend bij levercirrose, penicilline overgevoeligheid
B: maagdarmstoornissen

Nee. Capsules niet openen, wel uiteen laten vallen in water

2. claritromycine

Oraal:
2 dd 500 mg, gedurende 10-14 dagen

IA: HIV-proteaseremmers, cobicistat, atazanavir, CYP3A4-remmers, buspiron, carbamazepine, digoxine, linezolid, rifabutine, rilpivirine, diltiazem
O: bij penicilline overgevoeligheid
B: misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, dyspepsie, smaakstoornissen, afwijkende leverfunctiewaarden, huiduitslag, overmatig zweten
N: bij eGFR < 30 ml/min/1,73 m2 2 dd 250 mg

Ja

2. clindamycine (Dalacin C ®)

Oraal:
3 dd 600 mg, gedurende 10-14 dagen

IA: HIV-proteaseremmers, ciclosporine
O: bij penicilline overgevoeligheid

Bij levercirrose met Child-Pugh B of C, doseerinterval van minstens 8 uur aanhouden
B: buikpijn, maagpijn, diarree, oesofagitis

Nee

Bacteriële huidinfecties – impetigo

Medicamenteuze therapie

  • Gebruik van antiseptica en desinfectantia wordt niet aanbevolen.

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. fusidinezuur (Fucidin ®)

Cutaan:
3 dd crème aanbrengen, gedurende 7-14 dagen

O: maximaal 14 dagen gebruiken i.v.m. risico op resistentie
V: contact met ogen en slijmvliezen vermijden

N.v.t.

2. flucloxacilline (Floxapen ®)

Oraal:
4 dd 500 mg, gedurende 10-14 dagen

CI: veiligheid onbekend bij levercirrose, penicilline-overgevoeligheid
B: maagdarmstoornissen, huiduitslag, urticaria en purpura

Nee

3. claritromycine

Oraal:
2 dd 500 mg. Gedurende 10-14 dagen

IA: HIV-proteaseremmers, cobicistat, atazanavir, CYP3A4-remmers, buspiron, carbamazepine, digoxine, linezolid, rifabutine, rilpivirine, diltiazem
O: bij penicilline overgevoeligheid
B: misselijkheid, braken, buikpijn, diarree, dyspepsie, smaakstoornissen, afwijkende leverfunctiewaarden, huiduitslag, overmatig zweten
N: bij eGFR < 30 ml/min/1,73 m2 2 dd 250 mg

Ja

3. clindamycine (Dalacin C ®)

Oraal:
3 dd 600 mg, gedurende 10-14 dagen

IA: HIV-proteaseremmers, ciclosporine
O: bij penicilline overgevoeligheid

bij levercirrose met Child-Pugh B of C, doseerinterval van minstens 8 uur aanhouden
B: buikpijn, maagpijn, diarree, oesofagitis

Nee

2. Dermatomycosen

Dermatomycose is een zichtbare huidafwijking, veroorzaakt door schimmels of gisten, vaak gepaard gaand met jeuk. Klik hier voor de NHG-standaard Dermatomycosen.

Dermatomycosen – tinea (pedis, manus, corporis)

Niet-medicamenteuze therapie

  • Vermijd factoren die maceratie van de huid bevorderen (warmte, vocht en wrijving).
  • Draag bij voorkeur ruim zittende kleding, katoenen ondergoed en katoenen sokken.
  • Verschoon kleding dagelijks.
  • Draag badslippers in gemeenschappelijke doucheruimten.

Medicamenteuze therapie

  • Imidazoolderivaten (vb. clotrimazol, miconazol) en terbinafine zijn even effectief bij behandeling van lokale dermatomycosen. Terbinafine verdient in dit formularium de voorkeur, omdat de gebruiksduur korter is en imidazoolderivaten interacteren met VKA’s, welke ouderen vaak gebruiken.
  • Overweeg ter preventie van frequente recidieven maandelijkse herhaling van de lokale of orale behandeling.

 

Dosering

Bijzonderheden

1. terbinafine (Lamisil ®)

Cutaan:
1-2 dd crème aanbrengen, gedurende 1-2 weken

CI: cutane oplossing wordt niet aanbevolen bij hyperkeratotisch chronisch plantair tinea pedis
B: vervelling van de huid en jeuk

2. clotrimazol

Cutaan:
2 dd crème dun aanbrengen op de aangedane huidgedeelten, gedurende ten minste 3-4 weken

CI: overgevoeligheid
B: zelden lokale allergische reacties, urticaria, sensibilisatie en huidirritatie

2. miconazol (Daktarin ®)

Cutaan:
1-2 dd crème aanbrengen op het aangedane huidgedeelte en inwrijven. Behandeling continueren tot 7-10 dagen na het verdwijnen van de huidaandoening (meestal 2-6 weken).

Tevens dagelijks strooipoeder strooien tussen de tenen en evt. ook in schone sokken en schoenen.

CI: overgevoeligheid voor miconazol of andere imidazoolderivaten, VKAs
B: een branderig gevoel, huidontsteking, irritatie, jeuk, warm gevoel op de huid en hypopigmentatie

 Dermatomycosen – pityriasis versicolor

 

Dosering

Bijzonderheden

1. seleniumsulfide suspensie 2,5% (Selsun ®)

Beperkte lokale afwijkingen:
1 dd cutaan aanbrengen op aangedane plekken. Spoel na 10 min. af. Herhaal dit gedurende 7 dagen.

Uitgebreide afwijkingen:
Eenmalig voor de nacht cutaan met een washandje over het hele lichaam (behalve ogen en genitaliën) aanbrengen. Spoel s ochtends af.

CI: ontstoken of beschadigde huid, overgevoeligheid
B: zelden huidirritatie bij lange inwerktijd

2. ketoconazol (Nizoral ®)

Cutaan:
1 dd 20 mg/g crème aanbrengen gedurende 2 weken

CI: overgevoeligheid
B: branderigheid, erytheem en jeuk

3. itraconazol (Trisporal ®)

Oraal:
1 dd 200 mg gedurende 7 dagen

CI: aangeboren lang QT-intervalsyndroom, hartfalen, overgevoeligheid voor itraconazol of verwante azoolverbindingen. Voorzichtigheid is geboden bij levercirrose.
IA: antacida, lanthaancarbonaat, natriumwaterstofcarbonaat, secretie remmende middelen, fenytoïne, rifabutine, CYP3A4-remmers, aliskiren, aripiprazol, buspiron, busulfan, digoxine, DOACs, fluticason, tenofovir, VKAs
O: deze optie kan overwogen worden bij frequente recidieven

Capsule niet vermalen
B: misselijkheid, buikpijn, braken, diarree, obstipatie

Dermatomycosen – diepe dermatomycosen (animale mycosen, tinea capitis en mycotische sycosis barbae)

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. terbinafine

Oraal:
1 dd 250 mg, gedurende 1 maand

CI: overgevoeligheid, chronische of actieve leverziekte
IA: carbamazepine en CYP2D6-substraten (aripiprazol, atomoxetine, brexpiprazol, metoprolol, perfenazine, risperidon, tamoxifen, TCAs, venlafaxine en vortioxetine)
B: opgezette buik, misselijkheid, buikpijn, verminderde eetlust, diarree, hoofdpijn, spierpijn, huidreacties

Ja

3. Droge huid en jeuk

Niet-medicamenteuze therapie

  • Gebruik van zeep beperken, in plaats daarvan een (niet geparfumeerde) doucheolie, zoals soya oleum of Balneum ® gebruiken en deppend afdrogen. De huid kan evt. ook na het douchen ingesmeerd worden met soya oleum of Balneum ®. Het water blijft door soya oleum ingesloten in de epidermis, waardoor de huid minder snel uitdroogt.
  • Gebruik 2-3 dd indifferente middelen. Zie hoofdstuk 8. Overzicht indifferente crèmes en zalven. 

4. Eczeem

Eczeem is een verzamelnaam voor jeukende polymorfe huidaandoeningen met roodheid, oedeem, papels, blaasjes, korstjes, schilfers en/of lichenificatie als gevolg van een niet-infectieuze ontstekingsreactie van de huid. Klik hier voor de NHG-standaard Eczeem.

Niet-medicamenteuze therapie

  • Vermijd krabben, houd nagels kort.
  • Gebruik van zeep beperken, in plaats daarvan een (niet geparfumeerde) doucheolie, zoals soya oleum of Balneum ® gebruiken en deppend afdrogen. De huid kan evt. ook na het douchen ingesmeerd worden met soya oleum of Balneum ®. Het water blijft door soya oleum ingesloten in de epidermis, waardoor de huid minder snel uitdroogt.

Medicamenteuze therapie

  • Basis van de behandeling is het gebruik van indifferente middelen eventueel in combinatie met corticosteroïden. Welk indifferent middel het effectiefst is, is onbekend. Zie. hoofdstuk 8. Overzicht indifferente crèmes en zalven.
  • Adviseer zalf en/of (vet)crème 1-2 keer per dag aan te brengen, afhankelijk van de droogte van de huid. Er zijn geen beperkingen aan frequentie en hoeveelheid. Bij gelijktijdig gebruik van lokale corticosteroïden, breng het indifferente middel ≥ 1 uur na de corticosteroïden aan.
  • Keuze en sterkte van het corticosteroïd wordt bepaald door ernst van het eczeem (mild – matig – ernstig op basis van de TIS-score).
  • Klasse 4 corticosteroïden worden ontraden in behandeling van eczeem in de 1e lijn.
  • Kies bij nattend eczeem een corticosteroïd op crème basis. Kies bij droog eczeem een vette basis (zalf of hydrofobe crème).
  • Teerpreparaten en calcineurineremmers ter behandeling van eczeem worden afgeraden, omdat deze middelen niet effectiever zijn dan corticosteroïden.

Eczeem – dermale corticosteroïden

  • Zie tabel 5 NHG-standaard eczeem (klik hier) voor de hoeveelheid aan te brengen corticosteroïd preparaat per keer, per lichaamsdeel.
  • Intermitterend gebruik van corticosteroïden, na de acute fase, heeft de voorkeur. 

 

Dosering

Bijzonderheden

1. hydrocortison-
acetaat

Cutaan:
1-2 dd aanbrengen. Bij verbetering dosering verlagen naar 1 dd.

O: klasse I corticosteroïd. Beschikbaar in zalf, vaselinecrème en crème basis.

 2. triamcinolon-
acetonide

Cutaan:
1-2 dd aanbrengen. Bij verbetering dosering verlagen naar 1 dd.
Max. 100 g/week.

O: klasse II corticosteroïd. Beschikbaar in zalf, vaselinecrème en crème basis.

Beperk dagelijks gebruik van klasse II corticosteroïden tot 2-3 weken vanwege de kans op lokale bijwerkingen (atrofie, striae, teleangiëctastieën, hypopigmentatie.

3. betamethason-
valeraat

Cutaan:
1-2 dd aanbrengen. Bij verbetering dosering verlagen naar 1 dd. Max. 100 g/week.

O: klasse III corticosteroïd. Beschikbaar in zalf en crème basis.

Beperk dagelijks gebruik van klasse III corticosteroïden tot 2-3 weken vanwege de kans op lokale bijwerkingen (atrofie, striae, teleangiëctastieën, hypopigmentatie.

5. Gordelroos

Incidentie van gordelroos neemt toe met de leeftijd. Bij personen ≥ 65 jaar is de incidentie van gordelroos 11,2 per 1000 personen. Klik hier voor de NHG-standaard gordelroos.

Niet-medicamenteuze therapie

  • Overweeg een indifferente zalf of zinkzalf bij een jeukende of irriterende huiduitslag.

Medicamenteuze therapie

  • Pijn kan behandeld worden conform het hoofdstuk pijn van dit geriatrisch formularium.
  • Schrijf antivirale middelen voor bij gordelroos in het gelaat, ongeacht leeftijd en ernst van de symptomen, omdat er in het gelaat een hoger risico is op oogcomplicaties.

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. valaciclovir

Oraal:
3 dd 1000 mg gedurende 7 dagen

CI: overgevoeligheid voor (val)aciclovir
IA: nefrotoxische middelen
O: start binnen 72 uur na de eerste verschijnselen van gordelroos of zolang er nog nieuwe blaasjes ontstaan
B: hoofdpijn
N: dosering aanpassen bij verminderde nierfunctie

  • eGFR 30-50 ml/min/1,73 m2: 2 dd 1000 mg
  • eGFR 10-30 ml/min/1,73 m2:1 dd 1000 mg

Ja

 

6. Intertrigo

Intertrigo ofwel smetten is een in de grote huidplooien gelokaliseerde, oppervlakkige huidaandoening welke zich kenmerkt door altijd roodheid (erytheem) aan beide zijden van de plooi. Daarnaast kunnen een of meerdere van de volgende symptomen voorkomen: maceratie (verweking), fissuren (scheurtjes), erosies, een nattende huid of korstvorming.

Niet-medicamenteuze therapie

  • Voorkom overmatig transpireren door het dragen van ademende kleding.
  • Voorkom huid-op-huid contact door het dragen van ondersteunende kleding.
  • Voorkom huid-op-huid contact door het tussen de huidplooien aanbrengen van één van de volgende materialen: scheurlinnen, non-woven gaas en Engels pluksel. Vervang deze materialen minimaal tweemaal daags en als ze vochtig worden.
  • Houdt de huidplooien droog door middel van katoenen beddengoed en absorberende kleding.

Medicamenteuze therapie

Intertrigo – nattende huid

  • Maak geen gebruik van een barrièreproduct op een nattende huid (hecht niet).
  • Evalueer de behandeling op dag 3, 7 en 14 na het starten van de behandeling.

 

Dosering

Bijzonderheden

zinkolie (zinkoxide smeersel)

Enkele malen per dag dun aanbrengen

CI: overgevoeligheid
O: zinkoxide heeft een indrogende en verkoelende werking

Zinkresten van een vorige behandeling kunnen verwijderd worden met zoete olie (arachideolie)

Intertrigo – geïnfecteerde huid

  • Breng eerst dun een antischimmelprepraat (een imidazoolderivaat) aan en vervolgens het zinkoxidesmeersel.
  • Maak geen gebruik van een barrièreproduct op een nattende huid (hecht niet).
  • Evalueer de behandeling op dag 3, 7 en 14 na het starten van de behandeling.
  • Klik hier voor de NHG-standaard dermatomycosen voor diagnostiek en behandeling van intertrigo door Candida.

 

Dosering

Bijzonderheden

clotrimazol

Cutaan:
1-2 dd crème dun aanbrengen tot 2 cm buiten het aangedane huidgedeelte

CI: overgevoeligheid
B: zelden lokale allergische reacties, urticaria, sensibilisatie en huidirritatie

ketoconazol (Nizoral ®)

Cutaan:
1-2 dd crème dun aanbrengen tot 2 cm buiten het aangedane huidgedeelte

CI: overgevoeligheid
B: branderigheid, erytheem en jeuk

miconazol (Daktarin ®)

Cutaan:
1-2 dd crème dun aanbrengen tot 2 cm buiten het aangedane huidgedeelte

CI: overgevoeligheid voor miconazol of andere imidazoolderivaten, VKAs
B: een branderig gevoel, huidontsteking, irritatie, jeuk, warm gevoel op de huid en hypopigmentatie

zinkolie (zinkoxide smeersel)

Enkele malen per dag dun aanbrengen

CI: overgevoeligheid.
O: zinkoxide heeft een indrogende en verkoelende werking.

7. Psoriasis

Psoriasis is een chronische erythematosquameuze huidaandoening met exacerbaties en remissies, soms met nagelafwijkingen of artritis. Klik hier voor de NHG-standaard Psoriasis.

Niet-medicamenteuze therapie

  • Verwijderen van de (dikke) schilfer laag is wenselijk. Week de schilfers met een vette zalf en verwijder de schilfers door voorzichtig te kammen, omdat beschadiging van de huid de psoriasis kan verergeren. Meestal verdwijnt de schilfer laag binnen 2-3 dagen.

Medicamenteuze therapie

De medicamenteuze behandeling van psoriasis en plaque en psoriasis guttata is symptomatisch en heeft tot doel om een aanzienlijke verbetering of verdwijnen van de huidafwijkingen te bewerkstelligen.

  • Behandel ook altijd met een indifferent middel. Zie hoofdstuk 8. Overzicht indifferente crèmes en zalven. Breng het indifferente middel ≥ 1 uur na het preparaat met corticosteroïd of vitamine D analoog aan.
  • Bij onvoldoende effect van stap 1. Stap 2a en stap 2b gelijktijdig gebruiken.

Psoriasis – laesies op het lichaam

 

Dosering

Bijzonderheden

1. betamethason-
valeraat

Cutaan:
1 dd dun aanbrengen, gedurende 4 weken

O: klasse III corticosteroïd. Beschikbaar in zalf, crème en lotion.

2a. betamethason-
valeraat

Cutaan:
1 dd dun s avonds aanbrengen, gedurende 4 weken

O: klasse III corticosteroïd. Beschikbaar in zalf, crème en lotion.

 2b. calcitriol zalf (Silkis ®)

1 dd s morgens aanbrengen, gedurende 4 weken

O: vitamine D analoog

3. clobetasol-
propionaat (Dermovate ®) (Eczoria ®)

1 dd dun aanbrengen, gedurende 4 weken

O: klasse IV corticosteroïd. Beschikbaar als zalf, crème en lotion.

 Psoriasis – laesies in het gelaat of lichaamsplooien

 

Dosering

Bijzonderheden

1. triamcinolon-
acetonide

Cutaan:
1 dd aanbrengen, gedurende 4 weken

O: klasse II corticosteroïd. Beschikbaar in zalf, vaselinecrème en crème basis.

2a. betamethason-
valeraat

Cutaan:
1 dd dun s avonds aanbrengen, gedurende 4 weken

O: klasse III corticosteroïd. Beschikbaar in zalf, crème en lotion.

 2b. calcitriol zalf (Silkis ®)

Cutaan:
1 dd s morgens aanbrengen, gedurende 4 weken

O: vitamine D analoog

8. Rosacea

Rosacea is een chronische huidaandoening, die in de regel na het 30e levensjaar optreedt en met remissies en exacerbaties verloopt. Klik hier voor de NHG-standaard Rosacea.

Niet-medicamenteuze therapie

  • Gebruik van zeepvrije reinigingsproducten
  • Goed hydraterende, niet-vette crème (zoals cetomacrogol- of lanettecrème).
  • Vermijding van ervaren triggers die het erytheem duidelijk uitlokken of verergeren (bijvoorbeeld door zonlicht, warmte (hete douches), sterk gekruid eten).

Rosacea – met papels en pustels 

 

Dosering

Bijzonderheden

1. metronidazol

Cutaan:

2 dd hydrogel (7,5 mg/g) dun aanbrengen

CI: overgevoeligheid, aangeboren lang QT-intervalsyndroom. Toepassing bij acute porfyrie wordt ontraden. Voorzichtigheid is geboden bij ernstige leverfunctiestoornis.
IA: VKAs, lithium
O: indicatie op het recept verplicht

Gebruik geen alcoholische dranken ≤ 48 uur na beëindiging van de behandeling, vanwege het risico op disulfiram-achtige reactie (ook bij cutane toediening)

2. ivermectine (Soolantra ®)

Cutaan:
1 dd crème dun aanbrengen

CI: overgevoeligheid
O: de symptomen van rosacea kunnen aan het begin van de behandeling tijdelijk verergeren. Dit verdwijnt meestal binnen 1 week.
B: branderig gevoel van de huid, jeuk, huidirritatie, droge huid

9. Overzicht indifferente crèmes en zalven

Hydrofiele crèmes

  • Voelen niet erg vet aan, maar bestaan voor 60-80% uit water.
  • Nemen wat vocht op, zijn afwasbaar met water.
  • Hechten op licht vochtige huid (oksel, liezen, huidplooien etc.)
  • Geschikt voor behaarde huidgebieden.

Onderstaand overzicht loopt van minst vette crème naar vetste crème binnen deze categorie. 

Preparaten

Kenmerken

cetomacrogolcrème

 

ureum 10% crème

Ureum bevordert opname water in de huid, waardoor de huid soepel blijft

vaselinecetomacrogolcrème

 

Hydrofobe crèmes

  • Voelen vet aan.
  • Niet afwasbaar.
  • Hydraterend, enigszins verkoelend, gaan vochtverlies uit de huid tegen.

Preparaten

 

koelzalf FNA

Bevat 60% olie

Zalven
Algemene kenmerken:

  • Voelen vet aan.
  • Beschermend tegen verdere uitdroging van de huid.
  • Hydraterend.

Preparaten

Kenmerken

cetomacrogolzalf FNA

Cetomacrogolzalf is afwasbaar, kan vocht opnemen

ureumzalf 10%

Bevordert opname van water in de huid, waardoor de huid soepel blijft

Vette zalven

  • Vet, voelen ook vet aan, cosmetisch niet aantrekkelijk.
  • Hydraterend, soms ook weekmakend.
  • Toepasbaar bij zeer droge huid.

Preparaten

Kenmerken

lanettecrème met 50% vaseline

 zinkzalf 10% FNA (zinkoxidezalf)

Hydraterend, maar ook licht indrogend. Kan vocht opnemen.

vaseline

Bevat geen water, sterk hydraterend en weekmakend

vaseline paraffine ana*

Bevat geen water, sterk hydraterend en weekmakend

 * Ana partes: in gelijke hoeveelheden.

Indrogende preparaten

Preparaten

Kenmerken

zinkolie (zinkoxide smeersel)

Sterk indrogend

sudocrème

Matig indrogend

Legenda, bronnen, auteurs en revisiedatum

Legenda

  • CI: contra-indicatie
  • IA: interactie
  • O: opmerking
  • B: bijwerking
  • N: nierfunctie
  • C: controle
  • V: voorzorgen

Bronnen

Referenties klik hier

Auteurs

Lieke van Dinter (masterstudente farmacie), Suzanne Dittrich (ziekenhuisapotheker), René Beaumont (specialist ouderengeneeskunde), Sara Bours-de Die (ANIOS ouderengeneeskunde), vakgroep Klinische Geriatrie, Luba Mensing (specialist ouderengeneeskunde), Anne Visser (AIOS ouderengeneeskunde), Sandra Voermans-Boekhorst (verpleegkundig specialist ouderengeneeskunde), Marie-Renée Pijnaker-Wientjens (apotheker)

Revisiedatum

22 maart 2022

Trefwoorden

1. Bacteriële huidinfecties: Bacteriële huidinfecties, erysipelas, cellulitis, impetigo, wondroos,

2. Dermatomycosen: Tinea pedis, tinea manus, tinea corporis, candida, schimmelinfecties, pityriasis versicolor,  pityriasis, tinea capitis, dermatomycosen, mycotische sycosis barbae

3. Droge huid: Droge huid, jeuk

4. Eczeem: Eczeem, eczema, constitutioneel eczeem

5. Gordelroos: Gordelroos, herpes zoster

6. Psoriasis: Psoriasis, psoriase

7. Rosacea: Rosacea