Geriatrisch formularium - neurologie

Doelstelling

Het optimaliseren en uniformiseren van farmacotherapiebeleid en het doelmatig inzetten van geneesmiddelen bij (kwetsbare) ouderen in de regio Noord- en Midden-Limburg.

1. Beroerte

Beroerte is een overkoepelende term voor het plotseling optreden van verschijnselen van focale uitval in de hersenen als gevolg van ischemie (TIA en herseninfarct) of een spontane intracerebrale bloeding. Klik hier voor de NHG-standaard beroerte. Klik hier voor een stroomdiagram met het beleid in de acute fase bij verdenking op een beroerte. Therapie in dit geriatrisch formularium is gericht op secundaire preventie.

Niet-medicamenteuze therapie

  • Stop met roken.
  • Voldoende lichaamsbeweging (30 minuten per dag).
  • Gewichtsreductie bij overgewicht.
  • Minimaliseer alcoholconsumptie.

Medicamenteuze therapie

  • Na een TIA of herseninfarct krijgen patiënten in principe levenslang medicamenteuze secundaire preventie. Deze wordt gestart door de neuroloog. Een uitzondering hierop is de oplaaddosis acetylsalicylzuur voor patiënten bij wie de huisarts een TIA vermoedt en bij wie de uitvalsverschijnselen zijn verdwenen, maar die niet dezelfde dag in de tweede lijn beoordeeld worden.
  • Er zijn twee gelijkwaardige behandelopties: clopidogrel of acetylsalicylzuur in combinatie met dipyridamol. Voor patiënten met een licht, niet-invaliderend herseninfarct of een TIA, kan duale plaatjesremming (clopidogrel plus acetylsalicylzuur) gedurende niet langer dan 3 weken worden overwogen. Uiterlijk na drie weken dient te worden overgegaan op de gebruikelijke plaatjesremmers.
  • Ga na of additionele medicatie nodig is volgens cardiovasculair risicomanagement (zie hoofdstuk cardiologie).
  • Het risico op maagbloedingen is kleiner bij clopidogrel monotherapie dan bij laag gedoseerde salicylaten. Geef geen maagbescherming met als enige reden clopidogrelgebruik.
 

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. clopidogrel

1 dd 75 mg

CI: overgevoeligheid, actieve bloeding, levercirrose Child-Pugh C
IA: (es)omeprazol, HIV-middelen, repaglinide
O: monotherapie

Clopidogrel wordt gemetaboliseerd door CYP2C19 tot actieve metaboliet. Indien beroerte of TIA én farmacogenetisch profiela bekend:

  • PM: vermijd clopidogrel
  • IM: 1 dd 150 mg of kies een alternatief
  • UM: geen actie

Ja

2. acetylsalicylzuur

1 dd 80 mg acetylsalicylzuur OF1 dd 100 mg carbasalaatcalcium (Ascal ®)

CI: overgevoeligheid, intolerantie of astma-aanval na gebruik van acetylsalicylzuur
IA: VKA’s
O: i.c.m. dipyridamol gebruiken

Voeg maagbescherming (1 dd 20 mg pantoprazol) toe bij leeftijd > 80 jaar en leeftijd > 70 jaar bij aanwezigheid van risicofactoren
B: verlengde bloedingstijd, gastro-intestinale klachten

Ja

2. dipyridamol

1 dd 200 mg mga in week 1, vervolgens 2 dd 200 mg

CI: gebruik ontraden bij levercirrose Child Pugh B en C
O: i.c.m. acetylsalicylzuur gebruiken
B: hoofdpijn (doorgaans voorbijgaand), duizeligheid, diarree en misselijkheid

Nee, maar de capsule mag wel open. Korrels heel innemen

a PM: poor metabolizer, IM: intermediate metabolizer, UM: ultrarapid metabolizer. Verdere toelichting wordt gegeven in het hoofdstuk farmacogenetica.

2. Duizeligheid

Probeer onderscheid te maken tussen draaiduizeligheid (vertigo) en klachten van een licht gevoel in het hoofd of het gevoel flauw te gaan vallen. De laatste klachten kunnen het gevolg zijn van psychische aandoeningen, orthostase, vasovagale klachten, cardiovasculaire aandoeningen of medicatie.

Draaiduizeligheid, waarbij sprake is van een bewegingssensatie, duidt op een stoornis in het vestibulaire apparaat. De meest voorkomende syndromen zijn benigne paroxismale positieduizeligheid (BPPD) en – in veel mindere mate – neuritis vestibularis en de ziekte van Ménière. Klik hier voor de NHG-standaard duizeligheid.

Niet-medicamenteuze therapie

  • BPPD: indien mogelijk Epley-manoeuvre uitvoeren. Herhaal de Epley-manoeuvre bij onvoldoende resultaat maximaal 1 keer na tenminste 1 week. Bij meer dan de helft van de patiënten verminderen de klachten na toepassing van de Epley-manoeuvre. 
    CI: ernstige bewegingsbeperking van de nek, bijvoorbeeld door artrose, de ziekte van Bechterew of reumatoïde artritis.

Medicamenteuze therapie

  • Gebruik van medicatie specifiek gericht op duizeligheid wordt niet aanbevolen; van geen enkel middel is de werkzaamheid aangetoond.
  • Symptomatisch behandelen bij misselijkheid en braken is wel mogelijk (zie hoofdstuk maagdarmkanaal).
  • Het voorschrijven van bètahistine bij de ziekte van Ménière wordt niet geadviseerd, omdat dit middel zelfs in hogere dosering (3 dd 48 mg) het aantal aanvallen bij de ziekte van Ménière niet vermindert. Bovendien wordt hoofdpijn, misselijkheid en dyspepsie bij 1-10% van de patiënten gemeld.

3. Epilepsie

De prevalentie en incidentie van epilepsie neemt toe met de leeftijd. Klik hier voor de vastgestelde richtlijn epilepsie (bij ouderen) door de Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN).

Niet-medicamenteuze therapie

  • Epilepsie chirurgie.
  • Nervus vagusstimulatie.

Medicamenteuze therapie

Epilepsie – aanvalsbehandeling

Klik hier voor de vastgestelde richtlijn status epilepticus door NVN.

 

Dosering

Bijzonderheden

1. midazolam

Oromucosaal/intramusculair: 10 mg eenmalig, zo nodig na 5 minuten herhalen

Nasaal:
10 mg eenmalig (2 pufjes in ieder neusgat), zo nodig na 5 minuten herhalen

O: voorzichtigheid geboden bij levercirrose Child Pugh A, B en C. Klik hier voor doseeradvies

2. diazepam (Stesolid ®)

Rectaal:
10-20 mg per keer, zo nodig na 10 minuten herhalen

O: voorzichtigheid geboden bij levercirrose Child Pugh A, B en C. Klik hier voor doseeradvies

Epilepsie – onderhoudsbehandeling

Klik hier voor vastgestelde richtlijn epilepsie bij ouderen door NVN. Behandeling van epilepsie wordt ingesteld door een neuroloog.

  • Start bij ouderen, vanwege het vertraagde metabolisme, met een lagere dosis van het anti-epilepticum en bouw de dosering langzamer op.
  • Streef zoveel mogelijk naar monotherapie.
  • Ben alert op (cognitieve) bijwerkingen bij een eventuele verhoging van de dosis.
  • Verander in principe niet van spécialité naar generiek bij patiënten die aanvalsvrij zijn bij gebruik van een spécialité. Met één keer wisselen naar een generiek middel wordt een verantwoord risico genomen indien de jaren daarna steeds hetzelfde generieke middel gegeven kan worden.
  • Het is niet nodig om routinematige controle van serumspiegels van anti-epileptica uit te voeren.

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. lamotrigine (Lamictal ®)

Oraal:
1 dd 25 mg, gedurende 2 weken. Vervolgens 1 dd 50 mg, gedurende 2 weken. Daarna elke 1-2 weken de dosis verhogen met 50-100 mg tot een onderhoudsdosering van 100-200 mg per dag in 1-2 doses

CI: overgevoeligheid. Voorzichtigheid is geboden bij levercirrose Child Pugh B en C
IA: valproïnezuur, carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, oxcarbazepine, primidon, rifampicine
B: hoofdpijn, vermoeidheid, duizeligheid, slaperigheid, slapeloosheid, maagdarmklachten

Ja

1. levetiracetam (Keppra ®)

Oraal:
2 dd 250 mg, gedurende 2 weken. Vervolgens 2 dd 500 mg, max. 2 dd 1500 mg.

CI: overgevoeligheid
B: slaperigheid, hoofdpijn, nasofaryngitis
N: dosisaanpassing is nodig bij verminderde nierfunctie

  • eGFR 50-80 ml/min/1,73 m2: 2 dd 500-1000 mg
  • eGFR 30-50 ml/min/1,73 m2: 2 dd 250-750 mg
  • eGFR 10-30 ml/min/1,73 m2:2 dd 250-500 mg

C: bloedbeeld controleren bij zwakte, koorts, recidiverende infecties en stollingsstoornissen

Ja

2. gabapentine (Neurontin ®)

Oraal:
Dag 1: 1 dd 300 mg
Dag 2: 2 dd 300 mg
Dag 3: 3 dd 300 mg,
vervolgens verhogen tot onderhoudsdosering, max. 3 dd 1200 mg

CI: overgevoeligheid
B: slaperigheid, duizeligheid, ataxie perifeer oedeem, asthenie
N: dosisaanpassing is nodig bij verminderde nierfunctie

  • eGFR 50-80 ml/min/1,73 m2: 600-1800 mg/dag
  • eGFR 30-50 ml/min/1,73 m2: 300-900 mg/dag
  • eGFR 10-30 ml/min/1,73 m2: 150-600 mg/dag, waarbij dosering 150 mg ingenomen dient te worden als 300 mg elke 48 uur. Verder doseren eventueel op geleide van gabapentine spiegel

Capsule mag open

2. lacosamide (Vimpat ®)

Oraal:
2 dd 50 mg, na 1 week verhogen tot 2 dd 100 mg. Vervolgens zo nodig elke week verhogen met 2 dd 50 mg. Max. 2 dd 300 mg.

CI: overgevoeligheid, tweede- of derdegraads AV-blok en levercirrose Child Pugh C
O: max. 300 mg/dag bij patiënten met levercirrose Child Pugh A en B
B: misselijkheid, duizeligheid, hoofdpijn en dubbelzien
N: bij eGFR 10-30 ml/min/1,73 m2 onderhoudsdosering max. 250 mg/dag

Ja

2. pregabaline (Lyrica ®)

Oraal:
150 mg/dag in 2-3 doses, zo nodig na 7 dagen verhogen tot 300 mg/dag. Max. 600 mg/dag.

CI: overgevoeligheid
B: hoofdpijn, slaperigheid en duizeligheid
N: dosering aanpassen bij verminderde nierfunctie

  • eGFR 30-50 ml/min/1,73 m2: 50% van de standaarddosering
  • eGFR 10-30 ml/min1,73 m2: 25% van de standaarddosering

Nee, maar capsule mag open (is gevuld met poeder)

2. valproïnezuur (Depakine chrono ®) (Depakine ®) (Depakine enteric ®)

Oraal (gewoon preparaat/mga):
10-20 mg/kg lichaamsgewicht per dag in ≥ 2 doses, vervolgens dosering wekelijks verhogen met 5-10 mg/kg lichaamsgewicht tot het gewenste therapeutische effect

CI: overgevoeligheid, levercirrose en leverbeschadiging door valproïnezuur in de anamnese
IA: carbamazepine, fenytoïne, fenobarbital, lamotrigine, stiripentol, carbapenems, rifampicine, dolutegravir
O: innemen tijdens de maaltijd

Indicatie op recept verplicht
B: tremor en misselijkheid
N: mogelijk lagere dosering nodig bij eGFR < 50 ml/min/1,73 m2 bij optreden van bijwerkingen
C: leverfunctie controleren voor aanvang en vervolgens periodiek gedurende eerste 6 maanden, in het bijzonder bij patiënten met een verhoogd risico op hepatotoxiciteit

Nee

4. Migraine

Migraine is het herhaaldelijk optreden van unilaterale hoofdpijn gedurende 4-72 uur. De hoofdpijn is vaak pulserend, verergert bij fysieke inspanning en gaat vaak gepaard met misselijkheid en/of foto- en fonofobie met verhindering van dagelijkse activiteiten tot gevolg. Migraine kan voorkomen in combinatie met andere vormen van hoofdpijn, zoals spanningshoofdpijn, medicatieovergebruikshoofdpijn en clusterhoofdpijn. Klik hier voor de NHG-standaard hoofdpijn.

Niet-medicamenteuze behandeling

  • Relaxatietherapie door een fysiotherapeut.
  • Cognitieve gedragstherapie.

Medicamenteuze therapie

Migraine – aanvalsbehandeling

  • Er zijn 3 geneesmiddelen(groepen), welke effectief zijn als aanvalsbehandeling bij migraine, namelijk paracetamol, NSAID’s en triptanen.
  • Gebruik van triptanen wordt afgeraden bij geriatrische patiënten wegens onvoldoende gegevens bij het gebruik van triptanen bij patiënten ≥ 65 jaar.
  • Het gebruik van NSAID’s wordt afgeraden bij geriatrische patiënten, omdat zij extra gevoelig zijn voor de bijwerkingen.
  • Neem bij misselijkheid of braken zo nodig kortdurend een anti-emeticum (zie hoofdstuk maagdarmkanaal) en neem dit tegelijkertijd met de pijnstiller. Paracetamol 1000 mg in combinatie met 10 mg metoclopramide is 2 uur na inname even effectief gebleken als 100 mg sumatriptan.

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. paracetamol

Zo nodig 1000 mg bij het begin van de hoofdpijn, max. 4000 mg/dag

CI: overgevoeligheid, leverfalen
O: medicatieovergebruikshoofdpijn kan ontstaan door gebruik van paracetamol ≥ 15 dagen per maand, gedurende ≥ 3 maanden

Ja

Migraine – onderhoudsbehandeling

  • Overweeg onderhoudsbehandeling bij ≥ 2 aanvallen per maand.
  • Geef de preventieve behandeling ≥ 6 maanden.
  • Evalueer het effect na 2-3 maanden behandeling, primair op geleide van aanvalsfrequentie.
  • Bij onvoldoende effect kan een preventieve behandeling met topiramaat of valproïnezuur voorgeschreven worden door de neuroloog.

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. metoprolol

Gewoon preparaat:
1 dd 50 mg, opbouwen per 2 weken tot 1 dd 100 mg, max. 1 dd 200 mg

Mga preparaat:
1 dd 50 mg, opbouwen per 2 weken tot 1 dd 100 mg, max. 1 dd 200 mg

CI: overgevoeligheid, SBD < 90 mmHg, polsslag < 60 per minuut. levercirrose Child-Pugh C, ernstige astma. Voorzichtigheid is geboden bij levercirrose Child-Pugh B, het fenomeen van Raynaud, onbehandelde hypothyroïdie met bradycardie, myasthenie en diabetes mellitus.
IA: krachtige CYP2D6-remmers, propafenon, verapamil, diltiazem, adrenaline, insuline, niet-selectieve alfablokkers
O: dosisaanpassing is nodig bij levercirrose Child-Pugh B (klik hier)
B: vermoeidheid, koude extremiteiten, bradycardie, duizeligheid

Gewoon preparaat: ja

Mga preparaat:

nee

1. propranolol

Gewoon preparaat:
2 dd 10 mg, zo nodig elke 2 weken opbouwen met 20 mg tot 2 dd 40 mg. Vanaf 80 mg mga preparaat gebruiken

Mga preparaat: 1 dd 80 mg, max. 1 dd 160 mg

CI: overgevoeligheid, SBD < 90 mmHg, polsslag < 60 per minuut. Voorzichtigheid is geboden bij het fenomeen van Raynaud, onbehandelde hypothyreoïdie met bradycardie, myasthenie en diabetes mellitus
O: dosisaanpassing is nodig bij levercirrose Child-Pugh A, B en C (klik hier)
B: vermoeidheid, koude extremiteiten

Gewoon preparaat:
ja

Mga preparaat: nee, capsule mag wel open. Korrels heel innemen

5. Restless-legs syndroom (RLS)

Restless-legs syndroom is een idiopathisch neurologisch pijnsyndroom waarbij in het bijzonder ’s avonds onaangename kriebelige sensaties in beide onderbenen optreden, met onbedwingbare neiging deze te bewegen. Klik hier voor de NHG-standaard slaapproblemen en slaapmiddelen.

Niet-medicamenteuze therapie

  • Stop met roken.
  • Drink geen koffie en alcohol.
  • Voldoende lichaamsbeweging (30 minuten per dag).

Medicamenteuze therapie

  • Heroverweeg het gebruik van medicatie die RLS kan verergeren, zoals SSRI’s en antipsychotica.
  • Clonazepam en hydrokinine zijn niet effectief tegen RLS en worden ontraden.
  • Overweeg enkel medicamenteuze therapie bij patiënten met onacceptabele lijdensdruk waarbij ijzertekort en ernstig nierfalen zijn uitgesloten.
  • Vermijd langdurig gebruik van dopamineagonisten. Effectiviteit bij gebruik van ropinirol > 3 maanden is niet aangetoond.

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. ropinirol (Requip ®)

Gewoon preparaat:

1 dd 0,25 mg 1-2 uur voor het slapen. Zo nodig verhogen in stappen van 0,25 mg, max.1 dd 1,5 mg.

CI: overgevoeligheid en leverfunctiestoornis. Wordt ontraden bij schizofrenie/ psychotische stoornis vanwege mogelijke uitlokking psychotische symptomen.
IA: dopamine antagonisten
B: misselijkheid, braken, buikpijn, nervositeit, duizeligheid, slaperigheid, verergering van de symptomen van restless-legs syndroom en vermoeidheid
C: evalueer behandeleffect na max. 6 weken

Ja

1. pramipexol

Gewoon preparaat:            
1 dd 0,125 mg 1-2 uur voor het slapen. Zo nodig verhogen in stappen van 0,125 mg, max. 1 dd 0,75 mg.

CI: overgevoeligheid. Wordt ontraden bij schizofrenie/ psychotische stoornis vanwege uitlokking van psychotische symptomen
IA: dopamine antagonisten
B: misselijkheid, slaperigheid, duizeligheid en dyskinesieën
C: evalueer behandeleffect na max. 6 weken

Ja

6. Ziekte van Parkinson

Over het algemeen zullen patiënten door de neuroloog of geriater op de medicatie worden ingesteld. Klik hier voor de NHG-standaard ziekte van Parkinson.

Met het toenemen van de leeftijd en bij cognitieve achteruitgang hebben ouderen meer kans op psychiatrische complicaties. Zie het hoofdstuk Psychiatrie voor behandeling van psychiatrische complicaties.

Niet-medicamenteuze therapie

Houdingsproblemen kunnen een gevolg zijn van symptomen van de Ziekte van Parkinson, zoals dystonie, spierzwakte, waarnemingsstoornissen. Houdingsproblemen kunnen zo nodig behandeld worden met fysiotherapie of ergotherapie.

Medicamenteuze therapie

Vrijwel alle Parkinson medicatie kan nadelige gevolgen hebben voor de ziekte van Alzheimer. Ouderen, en in het bijzonder ouderen met dementie, zijn gevoeliger voor de centrale bijwerkingen van dopamine agonisten en hebben meer mentale bijwerkingen van amantadine. Daarom deze middelen in eerste instantie niet voorschrijven bij ouderen. Indien iemand bij opname andere middelen gebruik (MAO-B-remmers, amantadine of anticholinergica), daarop motorisch goed is ingesteld én geen bijwerkingen heeft: deze medicatie continueren.

  • Stop metoclopramide en antipsychotica (met uitzondering van clozapine), omdat deze middelen parkinsonisme kunnen verergeren.
  • Medicatie moet bij voorkeur ingenomen worden op een lege maag. Streef naar toediening een half uur voor of tenminste 1 uur na de maaltijd.
  • Indien innemen op een lege maag niet mogelijk is, omdat de patiënt last krijgt van maag of darmen of omdat de doseerfrequentie dusdanig hoog is, medicatie innemen met voeding die geen of weinig eiwitten bevat (vb. appelmoes, rijst, boterham met jam).
  • Geef de medicatie nooit samen met melk of andere zuivelproducten.
  • De medicatie nooit abrupt stoppen, maar uitsluipen i.v.m. risico op maligne levodopa onttrekkingssyndroom.
  • Motorische complicaties kunnen behandeld worden met lagere en meer frequente doseringen, of er kan een mga preparaat gebruikt worden, waarbij dagdosis en doseerfrequentie gelijk blijven.
  • Indien bij progressie van het ziektebeeld voorspelbare (wearing-off en peak dose dyskinesieën) en later ook onvoorspelbare motorische symptomen (off-perioden) optreden, dient de dosering aangepast te worden en kan entacapon eventueel toegevoegd worden.
  • Bij sommige vormen van parkinsonisme kan behandeling met levodopapreparaten effectief zijn. Bouw de dosering levodopa op tot 600-1000 mg/dag. Indien de patiënt teveel last krijgt van bijwerkingen kan de dosering weer stapsgewijs worden afgebouwd totdat een adequate benefit-risk balans is bereikt.

 

Dosering

Bijzonderheden

Vermalen

1. levodopa/

benserazide

(Madopar ®)

Gewoon/Mga preparaat:

3-4 dd 50 mg, vervolgens langzaam verhogen tot 300-800 mg levodopa per dag in 3-6 doses. Max. 1000 mg levodopa per dag.

IA: ijzerzouten, MAO-remmers, antipsychotica, melkproducten

O: in de verhouding levodopa:benserazide als 4:1

B: bij start orthostatische hypotensie, gastro-intestinale klachten, voorbijgaande flushing. Na enige tijd: responsfluctuaties, peak dose hyperkinesieën, dyskinesieën, wearing-off effect, psychische stoornissen

Gewoon preparaat:

ja. Capsule mag open.

 

Mga preparaat: nee.

1. levodopa/

carbidopa

(Sinemet ®)

Gewoon preparaat:

3 dd 125 mg, zo nodig verhogen tot onderhoudsdosering. Max. 2000 levodopa per dag in 3-4 giften in combinatie met max. 200 mg carbidopa.

 

Mga preparaat:

2 dd 125-250 mg, vervolgens met tussenpozen van min. 2-4 dagen de dosering verhogen tot onderhoudsdosering. Doorgaans 400-1600 mg levodopa per dag in verdeelde doses met interval van 4-12 uur.

IA: ijzerzouten, MAO-remmers, antipsychotica, melkproducten

O: in de verhouding levodopa:carbidopa als 4:1

B: bij start orthostatische hypotensie, maagdarmstoornissen, voorbijgaande flushing. Na enige tijd: responsfluctuaties, peak dose hyperkinesieën, dyskinesieën, wearing-off effect, psychische stoornissen

Gewoon preparaat: ja

 

Mga preparaat: nee

2. levodopa/

carbidopa/

entacapon (Stalevo ®)

Bij starten van een combinatiepreparaat met entacapon is de eerste dagen tot weken meestal een verlaging van de dagdosis van levodopa mogelijk van 10-30%

 

Keuze van dosering is afhankelijk van eerdere dosering van de onderhoudsbehandeling met Sinemet ® of Madopar ®

IA: ijzerzouten, MAO-remmers, antipsychotica, melkproducten

O: in de verhouding levodopa:carbidopa als 4:1

B: responsfluctuaties, peak dose hyperkinesieën, dyskinesieën, wearing-off effect, psychische stoornissen, misselijkheid en roodbruine verkleuring van de urine

Ja

Palliatieve zorg bij de Ziekte van Parkinson

In de late fase van de Ziekte van Parkinson kunnen uiteenlopende symptomen, zoals immobiliteit, vermoeidheid, hallucinaties, pijn en dementie op de voorgrond treden. Palliatieve zorg bij de Ziekte van Parkinson is met name gericht op kwaliteit van leven.

  • Algemeen advies: alle medicatie staken met uitzondering van levodopapreparaten.
  • Levodopapreparaten eventueel wat ophogen in de palliatieve fase, maar niet teveel.
  • Veelal blijft de patiënt stabieler op zijn eigen regime met vermalen tabletten dan bij omzetting naar dispergeerbare tabletten.
  • Indien levodopa niet meer oraal of per sonde kan worden toegediend, zal de patiënt over het algemeen binnen enkele dagen overlijden. Over het algemeen wordt dan gestart met terminale zorg.

 

Legenda, bronnen, auteurs en revisiedatum

Legenda

  • CI: contra-indicatie
  • IA: interactie
  • O: opmerking
  • B: bijwerking
  • N: nierfunctie
  • C: controle
  • V: voorzorgen

Bronnen

Referenties klik hier

Auteurs

Lieke van Dinter (masterstudente farmacie), Suzanne Dittrich (ziekenhuisapotheker), René Beaumont (specialist ouderengeneeskunde), Sara Bours-de Die (ANIOS ouderengeneeskunde), vakgroep Klinische Geriatrie, Luba Mensing (specialist ouderengeneeskunde), Anne Visser (AIOS ouderengeneeskunde), Sandra Voermans-Boekhorst (verpleegkundig specialist ouderengeneeskunde), Marie-Renée Pijnaker-Wientjes (apotheker)

Revisiedatum

22 maart 2022

Trefwoorden

1. Beroerte: Beroerte, CVA, cerebrovasculair accident, tia, herseninfarct

2. Duizeligheid: Duizeligheid, draaiduizeligheid, benigne paroxismale positieduizeligheid, BPPD, neuritis vestibulairs, ziekte van Ménière

3. Epilepsie: Epilepsie, epileptische aanval

4. Migraine: Migraine, hoofdpijn

5. Restless legs syndrome: Restless-legs syndroom, restless-legs, rustelozebenensyndroom, RLS, RBS, anxietas tibiarum, rusteloze benen

6. Ziekte van Parkinson: Parkinson, ziekte van parkinson, ZvP, parkinsonisme, levodopa, madopar, sinemet