GGZ Verwijsafspraken

Algemeen

GGZ Verwijsafspraken Huisartsen, GGz Centraal, Indigo Centraal, Eleos, SymforaMeander, Psyzorg Eemland, Jellinek
Voor behandeling in de GGZ is een specifieke verwijzing van de huisarts nodig. Er zijn strikte indicaties voor vergoeding van GGZ zorg. Doorverwijzing verloopt in principe via de huisarts, maar bedrijfsarts, jeugdarts, specialist en wijkteams kunnen ook naar de basis GGZ (BGGZ) verwijzen, waarbij hiervan altijd melding aan de huisarts wordt gedaan. Een medisch specialist mag daarnaast ook naar de specialistische GGZ (SGGZ) verwijzen. 
Sinds 1 april 2017 is er geen doorverwijzing van de huisarts meer nodig als de patiënt wordt overgedragen van de generalistische basis GGZ naar de gespecialiseerde GGZ en omgekeerd. Een melding aan de huisarts volstaat.

Deze werkafspraak beschrijft het verwijsproces, alsmede de informatie die gewenst en vereist is bij verwijzing en terugrapportage.

Verwijscriteria

De huisartsenpraktijk verwijst patiënten naar de SGGZ bij:

  • Psychische problematiek (vermoedelijk) conform de DSM classificatie met:
    • Ernstige lijdensdruk en sterk disfunctioneren;
    • Recidiverende ernstige problematiek;
    • (somatische) Comorbiditeit en problemen in persoonlijkheid of psychosociaal functioneren die met de behandeling van de hoofddiagnose interfereren;
    • Complexe problematiek die behandeling in een multidisciplinair professioneel netwerk vergt;
    • Een hoog risico op (zelf)verwaarlozing, (huiselijk) geweld, suïcide, automutilatie of (kinder)mishandeling;
  • Een ernstige of langdurige stoornis in het gebruik van middelen in combinatie met een psychische stoornis of inzet van medicatie voor terugvalpreventie;
  • Een indicatie voor bemoeizorg (bijvoorbeeld F-ACT);
  • Uitblijven van verbetering bij behandeling in BGGZ (indicatie: na drie tot vier maanden);
  • Uitblijven van verbetering bij behandeling in de huisartsenpraktijk (indicatie: na twee maanden), waarbij de ernst en complexiteit van de problematiek behandeling in de BGGZ ongeschikt maakt;
  • Instabiele chronische problematiek;
  • Noodzaak tot onvrijwillige behandeling.
 
In de overige gevallen is verwijzing naar de BGGZ gewenst.
Bij twijfel over de verwijzing of de indicatie vindt consultatie van SGGZ dan wel BGGZ plaats.

Spoed

Bij spoed c.q. crisis geldt een indicatie tot verwijzing naar de SGGZ.
 

Exclusiecriteria

  • Niet complexe klachten, van lichte of subklinische aard, zonder risico op verwaarlozing, decompensatie, suïcide, mishandeling of (auto)mutilatie tijdens een eerste episode of een recidief periode worden bij voorkeur behandeld in de huisartsenvoorziening (HA/ POH GGZ).
  • Chronische stabiele klachten, die niet crisisgevoelig zijn, worden bij voorkeur behandeld in de huisartsenvoorziening (HA/ POH GGZ).

(zie ook MCCE werkafspraak terugverwijzing van stabiele chronische psychiatrische patiënten uit sGGZ)

Huisarts

Verwijsbrief

De huisarts (of POH GGZ namens de HA) maakt een verwijsbrief waarop naast de praktijkgegevens ook de AGB-code van de huisarts is vermeld. 
De verwijsbrief bevat:

  • De volgende patiëntgegevens:
    • omschrijving problematiek (reden verwijzing)
    • vraagstelling
    • relevante voorgeschiedenis
    • medicatieoverzicht
    • andere betrokken hulpverlener
  • Aangeven verwijzing naar de generalistische basis GGZ (BGGZ) of  specialistische GGZ (BGGZ).
  • Beschrijving of er sprake is van hoge mate van complexiteit.
  • Beschrijving of er sprake is van hoog risico.
  • Wel/ geen vermoeden op problematiek volgens DSM classificatie, namelijk:.  .  .  (of ICPC codering)
  • Facultatief:
    • beschrijving van ernst: subklinisch/ licht/ matig/ ernstig
    • beschrijving van het beloop
    • beschrijving van zorgzwaarte inschatting: kort/ middel/ intensief/ chronisch
  • Bij verwijzing van jeugd/ kinderen gewenste extra vermelding:
    • is er sprake van scheiding?
    • wie heeft ouderlijk gezag?
    • is van beide ouders toestemming verkregen voor verwijzing (vereist voor behandeling)?
  • Eventueel bijvoegen: Uitslag van gebruikte screeningsinstrumenten zoals 4DKL, SCEGS, 5shot, GDS.

Regiebehandelaar

Bij einde behandeling volgt terugverwijzing en rapportage (uiterlijk binnen 30 dagen) naar de huisarts.
Bij doorverwijzing voor verdere behandeling in de SGGZ danwel BGGZ volgt een melding en inhoudelijke onderbouwing binnen 10 werkdagen aan de huisarts.

De terugrapportage bevat tenminste de volgende gegevens:

  • omschrijving problematiek
  • rapportage met behandelverloop, geleverde zorg (zwaarte) en duur
  • verslag van aanvullend onderzoek
  • conclusie/ DSM classificatie
  • advies voor vervolg
  • medicatie-advies en bijbehorende controle

Terugrapportage vindt plaats bij intake behandelingstraject en tenminste jaarlijks bij langdurige behandeling.

Bron en samenstellers

Bron:
CvZ: Advies Geneeskundige Geestelijke Gezondheidzorg, deel 2 10 juli 2013
Bureau HHM: Generalistische Basis GGZ, Verwijsmodel en porductbeschrijvingen, 30 januari 2013
Achmea Bijlage bij de Module POH-GGZ (GGZ basiszorg) 2014
Kamerbrief Hoofdbehandelaarschap GGZ, ministerie van VWS, 2 juli 2013
VGZ verwijstool als uitwerking richtlijnen

Deze werkafspraak is samengesteld door: M. Beeres, huisarts; W. Bavinck, huisarts, D. Jaspers, huisarts, H. Groeneweg, POH-GGZ, E. Kersbergen, POH-GGZ,  M. Verhoef, SymforaMeander, E. Bouman, Eleos; E. van Dijck, Victas, L. Birch-Bloks, Victas, F. Zwanepol, Indigo Centraal, T. de Jong, Psyzorg Eemland, M. Hetterscheid, Riagg Amersfoort , H. Graafland, medisch coördinator (MCCE).
Oorspronkelijke publicatiedatum: april 2014
Herzien in 2017 door H. Groeneweg, POH GGZ en I.C. Tchaoussoglou, huisarts/medisch coördinator (MCCE)