Goed registreren in HIS hart- en vaatziekten

Juiste episode CVRM

Zodra alle patiënten die mogelijk in aanmerking komen voor cardiovasculair risicomanagement geselecteerd zijn uit het HIS, is het uiteraard noodzakelijk bij iedere patiënt te bezien of het goede probleem (met de juiste ICPC-code) in de probleemlijst staat. Op deze manier kan immers gekomen worden tot een effectief en kwalitatief hoogstaand cardiovasculair risicomanagement.

Hierbij zullen de volgende mogelijkheden zich voordoen:

  • De patiënt heeft geen verhoogd risico op HVZ [1], maar heeft bètablokkers voor bijvoorbeeld migraine of diuretica wegens enkeloedeem gebruikt
  • De patiënt is bekend met diabetes mellitus
  • De patiënt is bekend met een HVZ
  • De patiënt is niet bekend met diabetisch mellitus of een HVZ, maar wel met een verhoogd risico op HVZ (10-jaarsrisico op ziekte of sterfte door HVZ van ≥10% wegens hypertensie en/of hypercholesterolemie).

Uiteindelijk zullen in het kader van CVRM dus zes categorieën ontstaan:

  • Diabetes Mellitus
  • (doorgemaakte) HVZ
  • Combinatie van beide
  • Hypertensie zonder diabetes mellitus en/of HVZ
  • Hypercholesterolemie zonder diabetes mellitus en/of HVZ
  • Een verhoogd risico zonder Diabetes Mellitus, HV, hypertensie en/of hypercholesterolemie (bijv. mannelijke rokers van 70 jaar met SBD 120 mmHg en LDL <2,5 mmol/K).

In onderstaand schema is te zien hoe de notatie in de probleemlijst het beste kan gebeuren.

Er is er voor gekozen om de combinatie Diabetes Mellitus en hypertensie en/of hypercholesterolemie niet dubbel te noteren, aangezien Diabetes Mellitus op zich al een (sterk) verhoogd risico voor het krijgen van HVZ oplevert. Dit geldt ook voor een doorgemaakte HVZ.

Sommige huisartsen stellen het op prijs om toch inzicht te houden in het al of niet aanwezig zijn van een verhoogde bloeddruk en/of cholesterolgehalte. In dat geval kan gekozen worden om dit in de episoderegel achter de diagnose Diabetes Mellitus of de desbetreffende HVZ te vermelden. Bijvoorbeeld: Doorgemaakt myocardinfarct (met hypertensie) ICPC K76.02.

Verder is er voor gekozen om geen gebruik te maken van de ICPC-code K87 Hypertensie met orgaanschade, omdat dit geen consequenties heeft voor het te voeren beleid. Immers, HVZ en chronische nierinsufficiëntie worden al genoteerd in de probleemlijst en LVH kan reversibel zijn.

Ten slotte is gekozen voor de ICPC-code K49 voor de patiënten zonder DM en/of HVZ die weliswaar een verhoogd risico hebben op HVZ, maar geen hypertensie of hypercholesterolemie hebben.
Opgemerkt wordt dat indien er bij deze categorie sprake is van patiënten ouder dan 70 jaar die geen medicijnen gebruiken in het kader van CVRM deze niet tot een van de doelgroepen behoren van dit ketenzorgprogramma (zie hoofdstuk 1.5, exclusiecriteria).

[1] HVZ: (doorgemaakte) atherosclerotische hart- en vaatziekte.

Legenda:

HVZ                     atherosclerotische hart- en vaatziekten
DM                      Diabetes Mellitus
HT                       hypertensie
HC                       hypercholesterolemie
Kxx                      K74, K75, K76, K89, K90.03, K92.01 en K99.01

NB:
Bij Chronische nierinsufficiëntie (U99.01) en/of Hartfalen/Decompensatio cordis (K77) deze problemen apart noteren in probleemlijst naast de ‘primaire diagnosen’ DM, HVZ, hypertensie en/of hypercholesterolemie.
Indien meerdere HVZ (bijv. hartinfarct én claudicatio intermittens) elke HVZ apart opnemen in probleemlijst.
Familiaire hypercholesterolemie ALTIJD invoeren als apart probleem (A29.06)

 

In dit schema gebruikte ICPC-codes:
A29.06          familiaire hypercholesterolemie
K49               andere preventieve verrichting cardiovasculair
K74               angina pectoris
K75               acuut myocardinfarct
K76               andere/chronische ischemische hartziekte
K86               essentiële hypertensie zonder orgaanbeschadiging
K89               passagère cerebrale ischemie/TIA
K90.03          cerebraal infarct
K92.01          claudicatio intermittens
K99.01          aneurysma aortae
T90                Diabetes Mellitus           
T93.01           hypercholesterolemie    
U99.01          nierfunctiestoornis/nierinsufficiëntie

Koppelen deelcontacten

De deelcontacten (inclusief metingen en lab-uitslagen) worden gekoppeld aan het desbetreffende CVRM-probleem. 

Er kunnen zich de volgende mogelijkheden voordoen: 

  • Als er sprake is van DM, dan worden de deelcontacten altijd gekoppeld aan diabetes mellitus 
  • Als er alleen hypertensie of hypercholesterolemie staat genoteerd (dus geen HVZ), dan worden de deelcontacten uiteraard aan dit probleem gekoppeld
  • Als er één HVZ (zonder DM!) staat genoteerd, dan worden de deelcontacten gekoppeld aan de  episode met die HVZ
  • Wanneer meerdere HVZ (zonder DM!) in de probleemlijst staan genoteerd, gelden de volgende regels: deelcontacten koppelen aan de HVZ met de hoogste prioriteit en achter desbetreffende HVZ in de probleemlijst tussen haakjes noteren: CVRM.

Hierbij wordt de volgende prioritering aangehouden:

ICPC       Probleem                                            Prioriteit
K75         Acuut Myocard infarct                        1
K76.02    Oud Myocard infarct                          2
K90.03    Cerebraal infarct                                3
K89         Passagiere cerebrale ischemie/Tia    4
K74         Angina pectoris                                  5
K92.01    Claudicatio intermittens                     6
K99.01    Aneurysma aortae                             7

Zorgmijders

Zorgmijders

Bij zorgmijders wordt in het HIS bij de labcode REDEN GEEN PROGRAMMATISCHE ZORG CVRM (HVRZKZ2) de reden aangegeven.

Keuzes:

  • Op verzoek patiënt
  • Op initiatief arts
  • Overig/onbekend
  • Naar/in ander zorgprogramma.

Geen of gedeeltelijke zorg

De patiënt beslist zelf uiteraard zelf of gebruikt gemaakt wordt van het zorgaanbod. De patiënt staat immers centraal en blijft dan ook een stem houden in de uitvoering op individueel niveau. Hierbij kan worden gekozen voor een volledige ‘exit-optie’, waarbij de patiënt kiest voor helemaal geen programmatische preventie (“zorgmijders”). Pragmatisch wordt hierbij gekozen voor een grens van twee jaar waarin deze zorgmijders ondanks herhaaldelijke (mondelinge en schriftelijke) uitnodigingen niet voor controle verschijnen. Overigens zullen deze “zorgmijders” wel ieder jaar opnieuw moeten worden uitgenodigd om deel te nemen aan het zorgprogramma.

De patiënt kan ook kiezen voor het slechts zeer gedeeltelijk nastreven van de in het ketenzorgprogramma opgenomen doelen, waarbij de patiënt zelf bewust bepaalt in hoeverre hij dit doet - ook als dit voor het gevoel van de zorgverlener niet overeenkomt met de in het ketenzorgprogramma geregelde zorg. Hierbij kan gedacht worden aan weigeren van bloedonderzoek of weigeren van medicatie. Uiteraard wordt ook een dergelijke keuze van de patiënt gerespecteerd.

Overname CVRM uit tweede lijn

Na een cardiovasculair event vindt meestal opname plaats in de tweede lijn, gevolgd door controles. Tijdens deze controles wordt CVRM gestart (of gecontinueerd) door de behandelend specialist.

Na enige tijd zal de patiënt voor CVRM worden overgedragen aan de huisarts (zie bijlage 5).
Om te zorgen dat deze patiënten niet tussen wal en schip vallen, moet jaarlijks een lijst worden opgemaakt met patiënten die in de voorgaande twee kalenderjaren een cardiovasculair event hebben doorgemaakt.

De desbetreffende ICPC-codes hierbij zijn:

K74               angina pectoris
K75               acuut myocardinfarct
K76               andere/chronische ischemische hartziekte
K89               passagère cerebrale ischemie/TIA
K90.03          cerebraal infarct
K92.01          claudicatio intermittens
K99.01          aneurysma aortae

 

Van de patiënten op deze lijst wordt nagegaan of de huisarts hoofdbehandelaar CVRM (of DM) is en zo nee of dit wel zo zou moeten zijn (bijvoorbeeld na ontslag uit specialistische controles of verdacht van CVRM naar de eerste lijn).

Juiste episode chronisch atriumfibrilleren en hartfalen

Indien er sprake is van chronisch hartfalen moet in de probleemlijst het probleem chronisch hartfalen worden genoteerd (K77 of K77.02). Daarbij moet worden genoteerd of het systolische hartfalen (HF-REF) dan wel diastolisch hartfalen (HF-PEF) betreft.

Indien er sprake is van atriumfibrilleren moet in de probleemlijst het probleem atriumfibrilleren worden genoteerd (K78). Daarbij moet worden genoteerd of het eenmalig, paroxysmaal, persisterend of permanent atriumfibrilleren betreft.

Polyfarmacie

Indien een polyfarmacie-gesprek/medicatie-beoordeling met de apotheek plaatsvindt, kan dit worden gecodeerd met ICPC-code A49.02

Inhoudsverantwoordelijke en versie

Huug van Duijn, kaderhuisarts hart- en vaatziekten.  

Versie: september 2018.

Het totale ketenzorgprogramma met daarin de transmurale afspraken is te downloaden via deze link.