Hypertensie

Algemeen

In het kader van de RTA CVRM ( Regionale Transmurale Afspraak Cardiovasculair Risicomanagement) regio Gooi is voor de behandeling van hypertensie de volgende werkafspraak vastgesteld. CVRM is opgenomen in de ketenzorg van de GHO-GO.

De volledige RTA CVRM vindt u op de website van de GHO-GO.  

Bij hoog risicopatiënten (HVZ-risico ≥ 20% in 10 jaar volgens de NHG Risicotabel) en bij patiënten met klinisch manifest vaatlijden wordt gestreefd naar een systolische spreekkamerbloeddruk kleiner of gelijk aan 140 mmHg.

De keuze van de middelen is afhankelijk van leeftijd, etniciteit en co-morbiditeit (zie CVRM- richtlijn 2011). Het heeft de voorkeur om laag gedoseerd te beginnen en bij uitblijven van effect een middel toe te voegen van een andere groep. Kies bij combineren van medicatie voor middelen die op het renine- angiotensinesysteem (RAS) werken (ACE-remmers, ARB’s en bètablokkers) samen met niet- RAS-afhankelijke middelen (diuretica, calciumantagonisten).

Verwijsindicaties

De huisarts verwijst naar de specialist indien

-    Er een hoog risico op HVZ blijft bestaan ondanks maximale medicamenteuze en niet -medicamenteuze behandeling.

-   Er gedurende > 6 maanden sprake is van een therapieresistente hypertensie.

-   De systolische tensie > 140 mmHg blijft, ondanks gebruik van drie verschillende antihypertensiva in adequate doses, waarvan      bij voorkeur tenminste 1 een diureticum.

 -   Er een intolerantie bestaat voor antihypertensiva.

 -  Er een vermoeden is van secundaire hypertensie bij leeftijd < 40 jaar.  Denk hierbij aan het syndroom van Cushing,        hypokaliemie (< 3.5 mmol/L), chronische nierschade, therapieresistente hypertensie).

-    Er sprake is van een afwijkend 24-uursbloeddrukpatroon:

o Non-dipper (bij ≥ 2 metingen)
o Nachtelijke hypertensie
o Sterk schommelende bloeddrukken

o Gemaskeerde hypertensie

 

Bij hypertensieve crisis is een spoedverwijzing geïndiceerd na telefonisch overleg met de dienstdoende internist.

Hypertensieve crisis:  Ernstige verhoging van de bloeddruk, meestal > 220 mmHg systolisch en/of 120 mmHg diastolisch (stijging ten opzichte van uitgangswaarde meestal belangrijker dan absolute waarde), die gecompliceerd wordt of kan worden door acute of progressieve tekenen van hypertensieve orgaanschade (hersenen, hart, nieren, grote en kleine bloedvaten).

Verwijsbrief

De huisarts verwijst bij voorkeur via ZorgDomein. De verwijsbrief bevat minimaal de volgende gegevens:

    •    Beloop bloeddruk.

    •    Ingezette medicamenteuze en niet-medicamenteuze maatregelen en hun resultaat.

    •    Medicatiehistorie , met reden van staken eerdere relevante medicatie.

    •    Huidige medicatie.

    •    Relevante voorgeschiedenis.

    •    Bereikbaarheid voor overleg (e-mailadres, intercollegiaal nummer).

Consultatie

Voor vragen die vermoedelijk in een kort bestek beantwoord kunnen worden en waarbij het niet nodig is dat de patiënt gezien wordt in de tweede lijn kan gekozen worden voor een consultatie van de internist -vasculair geneeskundigen of van de kaderhuisarts.

Via het KIS : Voor deelnemers aan de CVRM zorggroep van de GHO-GO kan via het KIS op de gebruikelijke manier de kaderhuisarts of de internist geconsulteerd worden.De huisarts ontvangt binnen drie dagen antwoord (via het KIS).

Via telefoon of email:

Kaderhuisarts HVZ : Mw Joke Lanphen, lanphen@gho-go  /  0650515483

Internist /vasculair geneeskundigen:

Prof. dr. P.W. Kamphuisen, pkamphuisen@tergooi.nl / 088 753 1 753

Mw. drs. C. Daemen, cdaemen@tergooi.nl / 088 753 1 753

Specialist

Draagt zorg voor:

Aanpassing van de medicatie en zo nodig leefstijlaanpassingen om de bloeddrukstreefwaarden te bereiken.

Indien geïndiceerd , aanvullende diagnostiek naar oorzaken hypertensie.

Terugverwijzing van specialist naar huisarts

Vindt plaats indien:

De streefwaarde bereikt is of een maximaal resultaat bereikt is.

De oorzaak van een eventuele secundaire hypertensie is behandeld.

Een stabiele situatie is bereikt.

De huisarts in de verwijsbrief heeft verzocht om inventarisatie en advies (met directe terug verwijzing).

Indicaties voor blijvende behandeling in de tweede lijn.

- Zeer therapieresistente hypertensie.

- Hypertensie met ernstige eindorgaanschade.

Informatieoverdracht

De huisarts ontvangt dezelfde dag na het afsluitend contact met de medisch specialist een voorlopige ontslagbrief met alle diagnostische en therapeutische bevindingen. Ook vermeldt de  specialist hoe hij/zij bereikbaar is (sein of 06 nummer, e-mailadres) voor eventuele vragen.

Vervolgbeleid door de huisarts

De huisarts :

Zorgt dat de patiënt wordt opgeroepen op het CVRM-spreekuur binnen drie maanden na het laatste poli bezoek.

Adviseert patiënten een bloeddrukmeter aan te schaffen voor zelfcontrole. Metingen thuis zijn betrouwbaarder dan die in de praktijk uitgevoerd.

Draagt zorg voor intensieve controles wanneer de streefwaarden (nog) niet zijn gehaald. Als patiënten goed zijn ingesteld en de streefwaarden zijn bereikt worden zij 1 x per jaar opgeroepen voor controle.

Richtlijnen voor vervolgcontroles worden vermeld in de NHG- richtlijn CVRM en beschreven in de afspraken van de regionale ketenzorg CVRM.  Hierin staat dat het vervolgbeleid individueel moet worden opgesteld en er staat beschreven hoe te vervolgen bij verandering van medicatie of bijkomende aandoeningen.

Leden werkgroep

Professor Dr. P.W. Kamphuisen, Internist vasculair geneeskundige Tergooi

Mw J.M.G. Lanphen, kaderhuisarts HVZ

Mw M.D.A. Pupping, medisch coördinator MCC Gooi en Vechtstreek

Datum uitgave

Maart 2018