Kindermishandeling/ huiselijk geweld, vermoeden van

Algemeen

Samenwerken van Jeugdarts 0-19 jaar, Huisarts, HAP, Kinderarts, Chirurg, Radioloog, SEH, Vertrouwensarts Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), Psychiater en Verslavingsarts.

Sinds 1 juli 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling van kracht. Beroepskrachten in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs, kinderopvang, maatschappelijke opvang, jeugdzorg en justitie zijn verplicht een meldcode te gebruiken bij vermoedens van geweld in huiselijke kring. Deze werkafspraak wil de samenwerking tussen artsen bevorderen bij de signalering en aanpak van Kindermishandeling (KM), een probleem waarbij de veiligheid van het kind centraal staat. De complexiteit van de gezinsproblematiek waarin kindermishandeling voorkomt maakt samenwerken, overleg en het afspreken wie coördineert noodzakelijk. Het gaat om ouders die onvoldoende de veiligheid voor hun kind kunnen waarborgen, hiervan is met name sprake bij iedere vorm van huiselijk geweld. Iedere arts maakt bij voorkeur een vermoeden van KM zelf bespreekbaar bij ouders. Doel is een werkwijze te bevorderen waarin artsen gebruik maken van elkaars competenties (kennis en kunde), expertise en netwerken bij de signalering en aanpak van kindermishandeling. In ieder overleg wordt afgesproken wie de coördinerende rol heeft. Zie handelingsprotocol  Hier vindt u algemene informatie over de online meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld en specifieke informatie o.a. lijsten met kindsignalen en vormen van kindermishandeling.

Coördinatie

Er is één zorgverlener eindverantwoordelijk in een situatie waar meerdere artsen of AMK betrokken zijn.
De betrokken zorgverleners spreken af wie coördineert. Bij ieder overleg wordt afgesproken:

  • Wie verantwoordelijk is voor het probleem/casus (coördinatie)
  • Wat het plan van aanpak is en wie onderneemt welke acties
  • Hoe de rapportage zal plaatsvinden en aan wie (in ieder geval aan de coördinator)
  • Wie verantwoordelijk blijft tot er een “definitief” hulpverleningsprogramma is ingezet

Proces

De KNMG meldcode kindermishandeling is uitgangspunt. De meldcode beschrijft 5 stappen.

Belangrijke elementen uit de meldcode:

  • Het overleggen met een collega of eventueel consulteren van het AMK in de procedure bij stap 2. Bij deze consultatie van de vertrouwensarts van het AMK kan advies verkregen worden over: De inschatting 'is hier een vermoeden van KM gerechtvaardigd?' en 'moet ik wel of niet melden?'. Ook kunnen ze goede adviezen geven over hoe een dergelijk proces aan te pakken: (Hoe) bespreek ik dit met ouders? Hoe houd ik mij aan de juridische regels? Wie van de betrokken hulpverleners kunnen we indien nodig de melding laten doen.
  • Overleg met de betrokken professionals is aan te bevelen maar komt dus niet in plaats van het AMK.
  • Verslaglegging: Een gedetailleerde en feitelijke beschrijving van de bevindingen is van groot belang.
  • Monitoren: hoe gaat het met het gezin: blijven vervolgen.

Communicatie en bereikbaarheid

Wijze van communiceren en elkaar bereiken bij een vermoeden op KM:

Allen
Maken bij voorkeur een vermoeden van KM zelf bespreekbaar bij de ouders en daarna zo mogelijk bij andere zorgverleners. Benadruk je zorgen over de veiligheid van het kind.


Huisarts

  • Gaat na wat bekend is van het gezin in het HIS en legt zonodig contact met het gezin.
  • Betrekt daarbij ook de contacten op de HAP en SEH van kinderen en ouders.
  • Doet altijd navraag bij de jeugdarts 0-19 jaar bij een eigen vermoeden van KM én spreekt af wie coördineert.
  • Neemt waar nodig contact op met andere betrokken zorgverleners (kinderarts) of betrokkenen.
  • Is extra oplettend bij kinderen van ouders met psychiatrische problemen.(“kindcheck”per 1 juli 2013 verplicht)

Bereikbaar: via spoedlijn praktijk of 06- nummer.


HAP, Huisartsenpost

  • Bij een acuut onveilige situatie (met gevaar voor het kind zelf) bespreekt de dienstdoende huisarts dit met het Team Spoedeisende Zorg (SEZ) van Bureau Jeugdzorg en via hen kan contact gezocht worden met de vertrouwensarts:

Provincie Utrecht 0900 - 400 55 55 of Provincie Gelderland tel 0900 - 995 55 99. Er is een mogelijkheid van consultatie van de kinderarts. Als het kind niet in het ziekenhuis opgenomen moet worden, regelt Bureau Jeugdzorg de opvang.

  • De dienstdoende arts meldt signalen en een vermoeden van KM aan de eigen huisarts, met opgave van eigen bereikbaarheid.
  • Het Zorgprotocol kindermishandeling van Primair staat op intranet en wordt gebruikt en is in de regiemap te vinden.

Bereikbaar:

Management assistente via 088 - 130 96 41 voor (telefoon)gegevens van huisarts/waarnemer die het kind gezien heeft.


Jeugdarts 0- 4 jaar

  • Gaat na wat bekend is van het gezin in het dossier en legt zonodig contact met het gezin.
  • Bij het 3 maal niet verschijnen op een afspraak, volgt een huisbezoek (na 1 keer wordt een nieuwe afspraak gemaakt, de tweede keer volgt een brief).
  • Doet altijd navraag bij de huisarts bij een eigen vermoeden van KM én spreekt af wie coördineert.
  • Neemt contact op met betrokken anderen: peuterspeelzaal, kinderdagverblijf, jeugdgezondheidszorg (broertjes en zusjes), specialist (kinderarts) en Districts overleg Huiselijk Geweld (DOHG).

Bereikbaar:

Provincie Utrecht GGDMN rayon Eemland 033 - 460 00 46.

Provincie Gelderland. Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (GGD Gelderland-Midden), afd. Jeugdgezondheidszorg, tel. 088 - 355 60 00. Icare Veluwe Zuid 0318 - 650 777.


Jeugdarts 4-19 jaar

  • Gaat na wat bekend is van het gezin in het dossier en legt zonodig contact met het gezin. Doet op indicatie onderzoek bij een kind, ook op verzoek van derden b.v. school, collega’s.
  • Een huisbezoek behoort tot de mogelijkheden. Dit gebeurt bij het 3 maal niet op een afspraak verschijnen én zorgen over de ontwikkeling op basis van het kinddossier of vanuit school.
  • Doet altijd navraag bij de huisarts bij een eigen vermoeden van KM én spreekt af wie coördineert.
  • Kan navraag doen bij professionals in het 2e en 3e milieu van het kind zoals overleg met school inzage in de verwijsindex en Districts overleg huiselijk geweld (DOHG).

Bereikbaar:

Provincie Utrecht: GGD Midden Nederland rayon Eemland: 033 - 460 00 46 afdeling Jeugdgezondheidszorg.

Provincie Gelderland: Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (GGD Gelderland-Midden), afd. Jeugdgezondheidszorg, tel. 088 - 355 60 00. Icare Veluwe Zuid 0318 - 650 777.


Radioloog

  • Belt de huisarts bij specifieke botbreuken (zoals b.v. ribfracturen femurfracturen, humerusfracturen bij jonge niet lopende kinderen die gerelateerd kunnen zijn aan KM) Indien de huisarts niet bereikt is, wordt een verzoek tot terugbellen van de huisarts op de schriftelijke uitslag genoteerd.
  • Verzorgt de gebruikelijke schriftelijke terugrapportage.

Bereikbaar: via Meander 033 - 850 50 50 dienstdoende radioloog.


SEH, Spoedeisende hulp: betrokken specialist

  • Bij meer dan 3 maal in één jaar contact met de SEH alarmeert het ZIS- care systeem.
  • Bij ieder ≤ 18 jaar die op de SEH bezoekt, worden vijf signaleringsvragen over KM gesteld.
  • Als 1 van de signaleringsvragen met nee beantwoord is, wordt het Sputovamoformulier ingevuld.
  • De Sputavamoformulieren worden in X-care opgeslagen en zijn naderhand in te zien.
  • Het interne protocol signalering KM wordt gevolgd. De betrokken specialist neemt telefonisch contact op met de huisarts conform interne protocol wanneer er sprake is van signalen die niet voldoende zijn om het vermoeden te rechtvaardigen. Bij een vermoeden van KM wordt het AMK gebeld.
  • De specialist is verantwoordelijk c.q. regievoerder tot in onderling overleg besloten is wie coördineert.
  • De casuïstiek wordt regelmatig besproken. Waar nodig neemt de casuïstiek werkgroep contact op met de huisarts of andere zorgverleners.

Als tijdens de SEH bespreking alsnog een vermoeden van KM ontstaat b.v. door de aard van de breuk wordt telefonisch contact opgenomen met de huisarts door de betrokken hoofdbehandelaar.


Bereikbaar:

Via Meander 033 - 850 87 01 vragen naar de coördinator signalering kindermishandeling (033 - 850 24 89) of de teammanager SEH of betrokken specialist.


Kinderarts

  • Neemt contact op met huisarts en betrokken anderen (jeugdarts) bij een vermoeden van KM.
  • Is beschikbaar voor consultatie bij vragen over aanpak en signaleren door andere ziekenhuismedewerkers, collega specialisten, huisartsen, jeugdartsen.
  • Heeft de mogelijkheid van een gedegen top tot teen- onderzoek, een opname als de veiligheid van het kind in geding is op sociale of medische indicatie.

Bereikbaar:

Via Meander 033 - 850 50 50 vragen naar de dienstdoende kinderarts.


Vertrouwensarts advies- en meldpunt kindermishandeling AMK

  • Adviseren aan artsen en andere zorgverleners bij het vermoeden van KM (en dat kan zonder de naam van het gezin te noemen) over de te nemen stappen.
  • Bij een melding volgt een onderzoek van het gezin (o.a. huisbezoek) en worden o.a. artsen gebeld als informant.
  • Zowel de artsen als maatschappelijk werkers doen onderzoek. De informatie kan ”open” = eventueel voor ouders ter inzage, of “gesloten” = afgeschermd in het dossier, gegeven worden.
  • Zet na afronden van het onderzoek, hulp in bij het gezin.
  • Bij zeer ernstige problematiek en als vrijwillige hulp niet mogelijk is, doet AMK een melding bij de Raad voor de Kinderbescherming.
  • Kan indien nodig forensisch onderzoek in gang zetten.

Bereikbaar: 0900 - 123 12 30 is 24 uur per dag bereikbaar. De vertrouwensarts is iedere werkdag te bereiken.

Als je belt vragen naar de vertrouwensarts (er werken namelijk ook maatschappelijk werkers).

Provincie Utrecht AMK Utrecht: 030 - 276 11 76.

Provincie Gelderland AMK Gelderland 026 - 442 42 22.

AMK Gooi&Vechtstreek 072 - 567 23 20.


Forensische polikliniek kindermishandeling http://www.polikindermishandeling.nl/
Doet onderzoek in opdracht van de medische en juridische medische sector: 7 maal 24 uur bereikbaar doelgroep 0-18 jarige

Telefoonnummer 030 - 275 82 92. Bij letsel, bij seksueel misbruik en bij vermoeden van VGV (meisjesbesnijdenis) kunnen zij onderzoek doen, dit kan ook via de vertrouwensarts.

UMCU Centrum Seksueel Geweld
Bij het UMCU is een 24 uurs dienst kindermishandeling waarmee overlegd kan worden, zeker wanneer er een vermoeden is van seksueel misbruik of als er twijfel is of het forensisch team moet worden ingeschakeld.

http://www.centrumseksueelgeweld.nl/   telefoonnummer 088 - 755 55 55.


RIAGG, GGz Centraal: Door alle organisaties wordt bij een vermoeden van kindermishandeling de meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld gevolgd. Iedere organisatie heeft een protocol, checklist hiervoor.
Als er een vermoeden is dat de cliënt zijn/ haar ouderrol niet op verantwoorde wijze kan vervullen, wordt dit in eerste instantie met betrokken cliënt en partner besproken.
De invloed van de psychiatrische problematiek op de ouderrol wordt beoordeeld en met cliënt en partner besproken. Wanneer de invloed sterk negatief is en potentieel gevaar oplevert voor (de ontwikkeling van) het kind (of de kinderen) worden stappen ondernomen.
 

RIAGG: Er wordt overlegd met de afdeling kinder- en jeugdzorg van de Riagg. Met de huisarts wordt overlegd over het te volgen beleid of in acute situatie het voorgestelde beleid besproken. Tevens wordt afgesproken wie in de situatie de regie voert. Bij voorkeur gebeurd dit telefonisch. Waar nodig wordt later de informatie schriftelijk bevestigd.
 

GGz Centraal, inclusief Fornhese kinder- en jeugdpsychiatrie: Bij alle patiënten in zorg bij GGz Centraal geldt dat naasten, familie of het gezin betrokken worden bij de behandeling en dat kinderen daarin onderwerp van gesprek zijn. Samen met de ketenpartners in het sociaal domein (wijkteams, Welzijn, ambulante woonbegeleiding van Kwintes e.d.) wordt er passende en sluitende hulp geboden. Als er vermoedens of aanwijzingen zijn voor kindermishandeling, huiselijk geweld of oudermishandeling wordt de richtlijn meldcode gehanteerd en het daarin genoemde stappenplan.
Handelingsprotocol
Stappenplan


Zwangeren
PANG: is een samenwerkingsverband tussen de Psychiatrie, Apotheek, Neonatologie en Gynaecologie (PANG) in Meander MC. Patiënten die in het Pang-protocol komen zijn zwangere vrouwen die psychofarmaca gebruiken en (ernstige) psychiatrische of verslavingsproblematiek hebben. Tijdens de zwangerschap is er een consult met de psychiater (Hans Coppens) om medicatiebeleid te bepalen, cq te adviseren aan de behandelaar. De bevalling vindt meestal in het ziekenhuis plaats door de verloskundige (B/D bevalling), waarna moeder en baby 24 -72 uur in observatie blijven. Wanneer er zorgen zijn over de ouderlijke zorg voor het kind wordt het (medisch) maatschappelijk werk ingeschakeld en vindt zo nodig overleg plaats met het AMK of Bureau Jeugdzorg.
 

Victas: bij verslaafde zwangeren wordt een zwangerschapsprotocol gehanteerd waarbij de begeleiding  geïntensiveerd wordt en het AMK ingeschakeld. Jeugdzorg is meestal betrokken bij de cliënten waardoor de discussie of we dat nu moeten gaan melden of niet minder vaak speelt.
 

MEE Zwangere verstandelijk gehandicapten:  zie http://www.mee-ugv.nl/view/uploaded/objects/Babyprotocol%200810.pdf


Informatie uitwisseling met Districts overleg Huiselijk Geweld (DOHG)
Het DOHG is in aanwezig in Amersfoort, Baarn, Bunschoten Spakenburg , Eemnes, Leusden, Soest, en Woudenberg. Ze organiseren het casusoverleg. Hier worden alle situaties in een regio waar sprake is van huiselijk geweld en waar de politie bij betrokken is (ook als alleen volwassenen betrokken zijn) besproken. Aan de hand van dit casus overleg kan zorg ingezet worden in een gezin. De arts kan navraag doen of een gezin uit de praktijk bekend is bij het DOHG. De jeugdarts informeert zo mogelijk de huisarts als er sprake is van huiselijk geweld. In het casusoverleg hebben zitting: politie, WELZIN, Victas, Bureau Jeugdzorg, Kwintes, GGz Centraal, Riagg, GGD Midden Nederland ouder kind zorg (OKZ) verpleegkundige, de Waag, MEE Utrecht Gooi en Vecht, Reclassering Nederland.
Bereikbaar: 0900 - 126 26 26.


 

 

 

Samenstellers

Deze werkafspraak is samengesteld door: R. Bouma, jeugdarts (GGD MN), A.M. Raat arts (AMK), J. Schakelaar huisarts, M. van der Waart huisarts,  A. Tutein, radioloog, F. Eskes, kinderarts,  M. Wijnsma, coordinator KM, G van Nieuwpoort SPV en H. Coppens psychiater  (Meander MC), M . Scholten huisarts medisch manager HAP, M. Smits, huisarts , W. Zoodsma en M. Huijbers ( GGz Centraal),  J.van Bon (RIAGG), F Dreef (Victas), L.J.  Meijer huisarts (MCCE).
November 2013