Mobiliteitsproblematiek (vallen)

Doelstelling

Afstemming beleid rond diagnostiek, behandeling en begeleiding met betrekking tot mobiliteitsproblematiek in de eerste en tweede lijn.

Mobiliteitsproblematiek kan het gevolg zijn van vallen, duizeligheid en/ of syncope. De diagnostiek van deze problematiek bij de oudere patiënt heeft veel overeenkomsten, daarom staat deze samen beschreven in deze RTA.

Aanbeveling voor huisarts

De huisarts of POH vraagt de kwetsbare ouderen jaarlijks of zij:

  • Gevallen zijn het afgelopen jaar
  • Moeite hebben met bewegen, lopen of balans houden

Er wordt een uitgebreide multifactoriële valrisicobeoordeling verricht bij:

  • presentatie met een acute val, of melding van een val (door bijvoorbeeld V&V/familie/wijkteam)
  • twee of meer vallen het afgelopen jaar
  • een val in het afgelopen jaar in combinatie met een verhoogd fractuurrisico
  • een val in het afgelopen jaar met een wegraking als oorzaak
  • een val in het afgelopen jaar met een mobiliteitsprobleem.

Indicaties voor verwijzing valkliniek geriatrie

  • Recidiverend vallen door onbekende oorzaak
  • Interventies in eerste lijn hebben onvoldoende effect
  • Wegrakingen
  • Onbegrepen duizeligheid met/zonder vallen
  • Onbegrepen mobiliteitsstoornissen met/zonder vallen.

Logistiek

  • Verwijzing door de huisarts via ZorgDomein: geriatrie. Geriater verricht triage; indien patiënt in aanmerking komt voor onderzoek op valkliniek, wordt hiervoor een afspraak gemaakt met patiënt of contactpersoon
  • Onderzoek <4 weken na aanmelding
  • Huisarts krijgt bericht van de datum waarop de screening plaats vindt
  • Onderzoek vindt plaats tijdens een dagopname in VieCuri Venlo
  • 2 weken na het onderzoek vindt het uitslaggesprek op de polikliniek geriatrie plaats

Bereikbaarheid en aanwezigheid

De polikliniek geriatrie is telefonisch bereikbaar van maandag t/m vrijdag van 8.30 – 17.00 uur op telefoonnummer: 077-3205851

Werkwijze valkliniek

Geriater: CGA: speciële anamnese mbt. vallen/ duizeligheid/ wegraking; overige anamnese, heteroanamnese; lichamelijk onderzoek, neurologisch onderzoek, psychiatrisch onderzoek, functioneel onderzoek. Beoordeling medicatie: indicatie, dosering, evt. bijwerkingen/ interacties

Geriatrie verpleegkundige: meting bloeddruk (inclusief orthostasemeting), ECG; ritmestrook, testen: ADL/IADL, MNA, beoordeling visus en gehoor; op indicatie MMSE/ kloktekentest, GDS

Fysiotherapeut: gestructureerd onderzoek naar mobiliteit, balans, gebruik hulpmiddel

Apotheker: medicatiereview (indien patiënt 5 of meer geneesmiddelen gebruikt)

Aanvullend onderzoek: bloedonderzoek, radiologie

MDO: aan het einde van de onderzoeksdag

Informatie en voorlichting patient

In een vervolggesprek bespreekt de geriater alle onderzoeksresultaten en eventuele behandeling(en).

Rapportage/terugverwijzing

De geriater maakt een rapportage/ terugverwijzing door een brief met behandelplan naar de huisarts te sturen (edifact).

In de medicatieoverdracht van eerste naar tweede lijn (en omgekeerd) wordt aangegeven wanneer (datum en reden) een medicatiebeoordeling heeft plaatsgevonden en wat daarin afgesproken is (en waarom).

Na 1 week vindt er een visite door de huisarts of praktijkondersteuner ouderenzorg plaats bij de patiënt om de adviezen die vermeld staan in de brief van de geriater te vervolgen.

Bronnen, samenstellers, revisiedatum

Bronnen: Conceptrichtlijn Preventie van valincidenten bij ouderen 2016, NGH-standaard Fractuurpreventie

Auteurs: Réka Csepán, Petra Klijnsma en Irma Nellen

Revisiedatum: 1 juli 2018