Perifeer Arterieel Vaatlijden II - nog te accorderen door TPA

Algemeen

Voor het volledig document kijk naar de NHG-standaard Perifeer Arterieel Vaatlijden

Consultatie

Voor korte vragen is het mogelijk de vaatchirurg te consulteren. Bijvoorbeeld met een vraag over procedure van verwijzing, op welke termijn verwijzing, overleg wondbeleid, postoperatief probleem tussen controles optredend en echo-uitslag.

Procedure: Eerst vaatchirurg bellen. Als niemand bereikbaar is, stuurt de huisarts een beveiligde e-mail met relevante gegevens naar de betreffende vaatchirurg. Huisarts ontvangt binnen drie werkdagen antwoord per telefoon of zorgmail. Indien mogelijk: maak gebruik van een Teleconsult via ZorgDomein.

Verwijzing

Indicaties voor acute verwijzing naar de vaatchirurg:

  • Perifeer arterieel vaatlijden stadium 3 en 4 of een enkeldruk < 50 mmHg (behandelopties evalueren).
  • Vermoeden van trombose of embolie (behandeling).

Indicaties voor verwijzing:

  • Als een bepaling van de enkel-arm-index nodig is die niet in eigen beheer kan worden uitgevoerd
  • (diagnostiek).
  • Bij persisterende verdenking gezien anamnese en normale enkel-arm-index ter analyse aanbieden.
  • Bij een gemiddelde enkel-arm-index van 0,9 tot en met 1,0 en twijfel over de diagnose (diagnostiek).
  • Bij patiënten met diabetes mellitus en een vermoeden van perifeer arterieel vaatlijden (diagnostiek, EAI niet betrouwbaar).
  • Perifeer arterieel vaatlijden stadium 2 met snelle progressie van de klachten
  • Perifeer arterieel vaatlijden stadium 2 met blijvende klachten of duidelijke subjectieve invalidering ondanks looptraining (behandelopties evalueren).
  • Bij blijvende verdenking en onduidelijke diagnostiek altijd verwijzen.
  • Bij wond o.b.v. necrose (graag alvast kweek afnemen in de thuissituatie).
  • Positieve blanching/depending rubor test: verwijzing binnen enkele dagen.

Belangrijk: De vaatchirurgengroep van OLVG/BovenIJ vindt de Enkel/arm index niet geschikt als eerstelijns diagnosticum. De vaatchirurgengroep van OLVG/BovenIJ is van mening dat alle patiënten bij wie de huisarts denkt aan vaatlijden, verwezen zouden moeten worden voor diagnostiek in een vaatlab.

Terugverwijzing

  • Na geslaagde dotter direct, of bij voldoende effect van fysiotherapie na 3-6 maanden.
  • Bij heel perifeer gelegen vaatvernauwingen (kunnen niet verholpen worden).
  • In geval van chronische ischaemie type Fontaine II, een EAI tussen de 0,9 en 1,0 en indien er sprake is van een niet acuut niet vitaal bedreigde situatie en patiënt en vaatchirurg een ingreep niet geïndiceerd vinden.
  • In geval operatief ingrijpen niet tot een te verwachte verhoging van de kwaliteit van leven zal leiden(bijv. bij ernstige mobiliteitsbeperkende andere factoren).

Datum en auteurs

Herziene versie okrober 2019, namens de Stedelijke werkgroep CVRM van het Transmuraal Platform Amsterdam (TPA), in samenwerking met Anco Vahl, vaatchirurg OLVG en BovenIJ ziekenhuis.

Voor vragen neem contact op met de coördinator van de Stedelijke werkgroep CVRM.