Prikaccidenten

Algemeen

Aan de hand van dit protocol kan op gestructureerde wijze gehandeld worden wanneer een prikaccident plaatsvindt. Doel is om een inschatting te kunnen maken of iets een prikaccident is. Als een prikaccident heeft plaatsgevonden of als hier twijfel over bestaat, moet zo spoedig mogelijk een expert worden ingeschakeld om de vervolgbehandeling te bepalen.
NB: De verwonde heeft zelf de keus om over te gaan tot vervolgstappen.

Criteria prikaccident

  • Bij een prik- of snijaccident komt bloed (of een andere lichaamsvloeistof) van de ene persoon via een scherp voorwerp, bijvoorbeeld een injectienaald of scalpel, in het lichaam van een ander. 
  • Bij een spat-accident betreft het bloed dat op slijmvliezen of niet-intacte huid terechtkomt. 
  • Bij een bijtaccident ten slotte komt bloed op mondslijmvlies of speeksel in een open wond. 
Via prik-, bijt-, snij- en spataccidenten kunnen hepatitis B-virus (HBV), hepatitis C-virus (HCV) en Humaan Immunodeficiëntie Virus (HIV) worden overgedragen. In dit protocol worden prik-, bijt- snij- en spataccidenten samengevat als prikaccidenten.

Of een prikaccident tot infectie van het slachtoffer leidt is afhankelijk van:
  • De aard van het accident: Is er daadwerkelijk bloed of een andere lichaamsvloeistof overgedragen en zo ja, hoeveel?
  • De serostatus van de bron: Bevat het bloed of de lichaamsvloeistof virusdeeltjes?
  • De immuunstatus van het slachtoffer: Is het slachtoffer reeds beschermd door vaccinatie of doorgemaakte infectie?

Stappenplan

Er is een stappenplan opgesteld waarin is vastgelegd welke akties dienen te worden uitgevoerd na een pikaccident.

Ad Stap 0. Eerste hulp

  • Bij prik (bijt, snij of spat) accidenten
    • Wond laten doorbloeden en spoelt men de wond (met water of fysiologisch zout).
    • Wond goed reinigen en daarna desinfecteren met een huisdesinfectans.
  • Bij besmetting van de slijmvliezen of wondjes;
    • De slijmvliezen goed spoelen met water of fysiologische zout.
    • Wondje(s) reinigen met water en zeep en huiddesinfectans.
  • Bij besmetting van de ogen;
    • Ruim spoelen met water.

Ad Stap 1. Beoordelen van de aard van het accident
Meld direct het prikaccident bij de Regiearts op de huisartsenpost.
Indien de Regiearts niet direct beschikbaar is of zich onvoldoende bekwaam acht, dan kan de Medisch Directeur gebeld worden.
  • De toedracht kan verder worden geïnventariseerd.
Zie hiervoor de tabel risico-inschatting op basis van aandoening in de samenvatting prikaccidenten van het RIVM.
  • Afhankelijk van de risico-inschatting van het incident moet binnen twee uur begonnen worden met medicatie die de kans op besmetting reduceert, het is dan ook van belang dat op zo kort mogelijke termijn overleg plaatsvindt met de deskundige om een vervolgbeleid af te spreken.

Ad Stap 2. Beoordeling hepatitis B-immuunstatus verwonde
De zorgverlener is zelf op de hoogte van zijn immuunstatus. Mocht hierover toch onduidelijkheid zijn, dan heeft de afdeling P&O een door de zorgverlener getekende verklaring immuunstatus hepatitis B in het personeelsdossier.  

Ad Stap 3. Achterhalen van de serostatus van de bron
Op grond van vaccinatiestatus en anti-HBs-respons wordt onderscheid gemaakt tussen beschermden, ongevaccineerden en non-responders. Voor deze drie groepen geldt een verschillend postexpositiebeleid. Zie hiervoor ook de richtlijn prikaccidenten van het RIVM.

Ad Stap 4. Maatregelen ten aanzien van hepatitis B
Deze maatregelen gelden alleen voor verwonden die niet beschermd zijn tegen hepatitis B door vaccinatie of doorgemaakte infectie, zie stap 2.
Zie tabel 3 actie bij verwonde.

Ad Stap 5: Maatregelen ten aanzien van hepatitis C
Bij een hoog risicoaccident wordt bij het slachtoffer na één maand en na drie maanden HCV-RNA bepaald. Verwonden die HCV-RNA positief blijken worden naar een behandelaar verwezen voor verdere diagnostiek, behandeling en/of controle.
Bij een laag risicoaccident zijn er ten aanzien van hepatitis C geen maatregelen nodig. Ook bij een positieve bron is de kans op transmissie van HCV bij een laag risicoaccident verwaarloosbaar klein.
Zie tabel 4: hepatitis C, actie bij verwonde;

Ad Stap 6. Maatregelen ten aanzien van HIV
Bij een hoog risicoaccident en een bewezen positieve bron (of een bron met een hoog risico op seropositiviteit) wordt PEP geadviseerd. PEP dient zo spoedig mogelijk gestart te worden, liefst binnen twee uur na het accident. Indien de uitslag van het brononderzoek niet tijdig bekend is kan als de bron een hoog risico heeft op hivseropositiviteit reeds met PEP gestart worden in afwachting van de uitslag. Verwijs de verwonde naar een aidsbehandelaar voor het instellen van de behandeling en controle. Bij de verwonde wordt drie en zes maanden na het accident anti-HIV bepaald.

Bij een hoog risicoaccident en een bron met laag risico op seropositiviteit wordt met de verwonde de in principe negatieve indicatie voor PEP besproken en wordt bij de verwonde drie en zes maanden na het accident anti-HIV bepaald.
Verwonden die HIV-positief blijken worden naar een behandelaar verwezen voor verdere diagnostiek, behandeling en/of controle.

Bij een laag risicoaccident zijn er ten aanzien van HIV geen maatregelen nodig.
Ook bij een positieve bron is de kans op transmissie van HIV bij een laag risicoaccident verwaarloosbaar klein.
Zie tabel 5: HIV-infectie, actie bij verwonde;

Ad Stap 7. Afname nulserum bij verwonde
In een direct na het accident afgenomen bloedmonster kan -
achteraf - bepaald worden of de verwonde reeds voor het accident geïnfecteerd was met HBV, HCV of HIV. Indien er bij de verwonde anamnestisch aanwijzingen zijn voor reeds bestaande infectie met HBV, HCV of HIV is het aan te raden het nulserum direct virologisch te onderzoeken.

Ad Stap 8. Voorlichting en preventie van verdere verspreiding
De verwonde hoeft zolang er bij hem geen infectie met HBV, HCV of HIV is aangetoond in principe geen bijzondere maatregelen te nemen.
Alleen bij hoog risicoaccidenten met een bekend seropositieve bron worden soms aanvullende adviezen gegeven om verdere verspreiding in de eerste fase van de infectie te voorkomen. Dit betreft dan aanpassing van werkzaamheden ter preventie van transmissie naar patiënten door ‘risicovormers’ in de gezondheidszorg of condoomgebruik ter preventie van transmissie van HBV en HIV naar sekspartners.

De kosten van de immunisatie betreffen individuele zorg en vallen daarmee onder de zorgverzekeringswet. De GGD kan deze kosten bij de zorgverzekeraar declareren op basis van de Beleidsregel overige geneeskundige zorg. Dit betreft niet-beroepsgebonden accidenten. 

Meer informatie over deze beleidsregel kunt u terugvinden op de website van de GGD. 
Indien er op scholen, kindercentra en instellingen gevaccineerd dient te worden kan per cliënt de entstof en een vaccinatie(consult) gedeclareerd worden.
Algemene preventieve maatregelen en bron- en contactopsporing door de GGD’en zijn taken die op het gebied van de collectieve preventie liggen en vallen in het kader van de Wpg onder verantwoordelijkheid van de gemeente.

Samenstellers

Deze werkafspraak is samengesteld door C. Luycx, Huisartsen Eemland, KHB Rubriek 5.11 Werkafspraken bij prikaccident; Proceseigenaar; P&O; Autorisatie; MD; Versiedatum; 11-03-2018; Evaluatiedatum; 11-03-2021.