Werkprotocol astma apotheker

Doelgroep, eisen aan de apotheker en doelen

De kernactiviteiten van de apotheek bij mensen met astma zijn, uitgaande van het feit dat de apotheker medebehandelaar (WGBO) is en als zodanig verantwoordelijk voor de farmaceutische zorg van de patiënten:

  1. Medicatiebewaking
  2. Verstrekking van medicatie en hulpmiddelen
  3. Beheer medicatiedossier
  4. Medicatiebegeleiding
  5. Begeleiding van de patiënt bij zijn medicatiegebruik
  6. Periodieke evaluatie op farmacotherapie
  7. Voorlichting en educatie in samenwerking met de arts/POH
  8. Patiëntervaringen
  9. Facilitair
  10. Verwijscriteria en –informatie en terugrapportage

Werkwijze farmaceutische behandeling

1. Medicatiebewaking
Veilig afleveren:

  • Invoeren juiste indicatie astma in AIS in overleg met hoofdbehandelaar 
  • Contra-indicatie afstemmen met longarts indien huisarts niet de hoofdbehandelaar is 
  • Uitvoeren van de complete medicatiebewaking, rekening houdend met het totale medicatiedossier en andere mogelijke contra-indicaties
  • Controle op interacties, bijvoorbeeld bèta-2-sympathicomimeticater inhalatie met niet selectieve bètablokkers, controleer AIS op juiste bewakingsinstelling
  • Controle op (pseudo-) dubbelmedicatie, zoals het combineren van twee kortwerkende of twee langwerkende bèta-2-sympathicomimetica
  • Controle op contra-indicatie, zoals voorzichtigheid bij acetylsalicylzuur, NSAID’s, niet selectieve bètablokker, ACE-remmer bij astmatische component en mesalazine
  • Controle op therapietrouw, zoals patiënten die te veel kortwerkende bèta-2- sympathicomimetica met te weinig onderhoudsmedicatie gebruiken.

2. Verstrekking van medicatie en hulpmiddelen

  • Controle op geschiktheid toedieningsvorm en doseringsmomenten van de medicatie
  • Controle of inhalator geschikt is voor de patiënt en of voorzetkamer bij de inhalator past 
  • Indien niet toepasbaar voor patiënt -> aanpassing door apotheek en apotheek meldt dit terug aan voorschrijver
  • Controle op therapietrouw: indien bij herhaling therapieontrouw advies medicatie te verpakken in weekdoseersysteem
  • Vullen van een week-doseerverpakking met voorgeschreven dosering van orale medicatie per patiënt, per dag en per moment verpakt voor gebruik in de thuissituatie en in verzorgingstehuizen, of geautomatiseerde verstrekking van Baxter/Tosho zakjes per patiënt per inname moment
  • Verstrekken inhalatoren, voorzetkamers en vernevelaars
  • Jaarlijks vervangen voorzetkamer bij chronisch gebruik
  • Thuisbezorgen indien nodig.

3. Beheer medicatiedossier

  • De bevindingen van de Begeleiding Nieuw Geneesmiddel (BNG) en inhalatie-instructie worden per patiënten vastgelegd in het zorgdossier (conform KNMP richtlijn patiëntendossier)
  • Daarnaast wordt het inhalatieprotocol per patiënten gearchiveerd om bij herhaalinstructie
  • het verloop te kunnen volgen
  • Vastleggen van de BNG begeleiding als prestatie indicator. De prestatie-indicatoren worden uit de computerregistratie geëxtraheerd.

4. Medicatiebegeleiding

  • Gestructureerd Begeleiding Nieuw Geneesmiddel (conform KNMP richtlijn Farmaceutisch Consult), met tevens uitleg over het ASTMA-zorgaanbod van de apotheek
  • Inhalatie-instructie volgens protocol
  • Bespreken farmacotherapeutisch werking, verwachting patiënt ten aanzien van medicatie, gebruiksduur en plaats in de behandeling (escape, chronisch)
  • Aanbieden van herhaalinstructie bij tweede uitgifte met controle van de inhalatietechniek. Daarbij navragen of medicatie effectief is, hoe de nieuwe medicatie bevalt en of er bijwerkingen optreden
  • Gestructureerde vervolguitgiften 
  • Schriftelijke voorlichtingsmaterialen afgestemd op de vragen van de patiënt en op het type patiënt (bijvoorbeeld anderstaligen) en zelfmanagement
  • Jaarlijkse evaluatie: inhalatiecheck en medicatie.

5. Begeleiding van de patiënt bij zijn medicatiegebruik

  • Bevorderen therapietrouw
  • Periodieke evaluatie inhalatietechniek, zeker na exacerbatie
  • Begeleiding of doorverwijzing bij mogelijke problemen, zoals slechte inhalatietechniek
  • Thuisbezoek bij Eerste Uitgifte inhalatiemedicatie bij bezorgrecepten
  • Registratie bevindingen in Zorgdossier per patiënt
  • Synchroniseren medicatie
  • Belang van medicatiebewaking op zelfzorg medicatie (NSAID’ s!)
  • Begeleiding specifieke groepen/vragen, bijvoorbeeld Stoppen met Roken
  • Ramadanadvies op geleide van vragen van de patiënt of speciale Ramadan projecten
  • Reisadvies
  • Kinderwens, zwangerschap en borstvoeding.

In samenspraak/overleg met arts:

  • Extra medicijngesprek na eventueel ontslag uit ziekenhuis (indien gewenst thuis bij de
  • patiënt)
  • Jaarlijkse evaluatie van de medicatie met polyfarmaciepatiënten

6. Periodieke evaluatie op farmacotherapie volgens de NHG standaard en met gebruik van ondersteunende programma’s ASTMA van SFK/Pharmo/StiZon/Q-Module/NEXUS/N Control etc.

  • Over-gebruik kortwerkende bronchusverwijders
  • Gebruik van ontstekingsremmers
  • Langwerkende bronchusverwijders
  • Stootkuurtjes orale corticosteroïden in het afgelopen jaar (osteoporose medicatie indien nodig)
  • Antibioticakuurtjes in het afgelopen jaar
  • Therapieontrouw o.a. inhalatiecorticosteroïden, luchtwegverwijders en xanthines, 
  • Aandeel gebruikers van inhalatiemedicatie boven 75 jaar met een aerosol
  • Aandeel gebruikers van inhalatiecorticosteroïden zonder orofaryngeaal gebruik van antimycotica
  • Aandeel gebruikers van aerosolen met/ zonder voorzetkamer.
     

Voorlichting, informatie en educatie

7. Voorlichting en educatie in samenwerking met de arts/POH

  • Ziekte, leefwijze, dieet, farmacotherapeutisch behandelplan, periodieke controle
  • Medicatie: inhalatiemedicatie, orale medicatie en comedicatie
  • Het geven van reisadvies (bewaren van geneesmiddelen op reis, aanpassing van het doseerschema wanneer meerdere tijdzones gepasseerd worden, leveren van reisdocument).

8. Patiëntervaringen

Patiënten-enquête met daarbij het in beeld brengen van de kwaliteit van de voorlichting en de klanttevredenheid.

9. Facilitair

Het organiseren van machtigingen en andere regelgeving rondom verstrekkingen.

Criteria overleg en terugverwijzing

Verwijscriteria:

  • Behandeling met medicatie
  • Wijzigingen in medicatie
  • Problemen met de inhalatie
  • Inhalatie-instructie
  • Het leveren van voedingssupplementen of dieetvoeding die door de diëtist, huisarts of POH zijn voorgeschreven. Dit is relevant vanwege de mogelijke invloed van vitaminen op medicatie (bijv. vitamine K op antistolling).

Verwijsinformatie:
De volgende verwijsgegevens zijn noodzakelijk:

  • Diagnose
  • Co-morbiditeit
  • Longfunctie
  • Farmacotherapeutisch Behandelplan
  • Lab-waarden

Terugrapportage:
De apotheek rapporteert in de volgende gevallen terug aan de arts/POH:

  • Problemen met medicatie
  • Problemen met inhalatie
  • Periodiek overleg met de arts over de farmacotherapie evaluaties
  • Terugkoppeling farmaceutisch behandelplan

Medicatie: Begeleiding Nieuw Geneesmiddel volgens protocol:
Conform Nederlandse Apotheeknorm (NAN) informatie over: 

  • Gebruik, werking, belangrijkste bijwerking(en), bijzonderheden, wat te doen bij vergeten dosering
  • Het verschil in werking tussen de spierontspanner en de ontstekingsremmer uitleg met behulp van het model van de longen

Bij eventueel aanwezige astmatische klachten:

  • Controleren of de patiënt noodmedicatie in huis heeft, naast zijn andere medicatie

Inhalatietechniek instrueren volgens protocol:
Controleren of de arts/POH de inhalatie-instructie heeft gegeven. Zowel bij a als b wordt herhaalinstructie bij de Tweede Uitgifte aangeboden.

a.   zo nee: instructie volgens protocollen uit de computer: per apparaatje is er een protocol met instructie, gebruik, reinigingsvoorschrift, hoe te inhaleren, mond spoelen na gebruik. Controleren of de patiënt een inhalatiekamer nodig heeft. Informatie verstrekken over werking, reiniging, aantal pufs per keer, vervanging.
Eerst doet de apotheekmedewerker het voor, daarna vragen we de patiënt het voor te doen en bespreken we de aandachtspunten.

b.    zo ja: dan de patiënt vragen het inhaleren voor te doen, en checken hoe het gedaan wordt.
Als de patiënt moeite heeft met het apparaatje, of er te weinig inademingskracht voor heeft, wordt aan de arts een andere doseervorm voorgesteld.
Bij gebruik van twee verschillende inhalatiemedicijnen wordt gebruik van hetzelfde type apparaatje geadviseerd.

Vervolg verstrekkingen medicatie en hulpmiddelen:

  • Controle op geschiktheid, toedieningsvorm en doseermomenten van de medicatie zoals gebruik van B2 sympathicomimetica en therapietrouw inhalatiecorticosteroïden
  • Controle geschiktheid van de inhalator voor de patiënten en controle op de inhalatietechniek
  • Indien nodig aanbieden van medicatie per tijdstip, per dag, op maat (Tosho/ Baxter)
  • Indien nodig verstrekken van nieuwe inhalatoren, voorzetkamers, vernevelaars en regelen van de benodigde machtiging bij de zorgverzekeraar

Inhoudsverantwoordelijke, versie en laatste wijzigingen

Geert Zaaijer, kaderhuisarts astma en COPD.

Versie maart 2019.

Het totale ketenzorgprogramma met daarin de transmurale afspraken is te downloaden via deze link.

Laatste wijzigingen ketenzorgprogramma astma:

  • Aandacht voor de verantwoordelijkheid van de zorgverlener voor patiënten die niet onder de reguliere controle willen vallen: Respect voor keuze patiënt. Wel heeft zorgverlener de verantwoordelijkheid om regelmatig (bv 1 keer per jaar), na te gaan of patiënt wel of niet terugkomt op dit besluit. 
  • Toevoeging van het astma alfabet; een handvat voor begeleiding van patiënten die hun astma niet of onvoldoende onder controle hebben.