Werkprotocol astma fysiotherapeut

Doelgroep, eisen aan de fysiotherapeut en doelen

1.   Doelgroep:

De astmapatiënten (patiënten die hun astma gedeeltelijk of niet onder controle hebben) die door de ernst van hun inspanningsbeperking niet kunnen voldoen aan de Nederlandse Norm voor Gezond Bewegen (NNGB) en/ of reguliere beweegactiviteiten zoals die plaatsvinden in het dagelijkse leven en bij het sporten.

2.    Eisen aan de fysiotherapeut voor goede astma-zorg
De fysiotherapeut moet voldoen aan de onderstaande criteria:
a)    CKR-registratie en minstens 1 jaar werkervaring als fysiotherapeut
b)    Specifieke door het KNGF geaccrediteerde Astma/ COPD-scholing gevolgd hebben bijvoorbeeld cursus COPD/Astma bij NPI, Hogeschool Leiden of Pro-education en/of de masteropleiding Hogeschool Leiden fysiotherapie/oefentherapie bij mensen met een chronische ziekte (uitstroom richting hart, vaat en longen) 
c)    Reanimatie-diploma BLS
d)    Ervaring in het afnemen van:
a)    Conditietesten 
a)    6MWT (6 Minuten Wandel Test)
b)    (gemodificeerde) Shuttle walk test
c)    Fietsergometer test: steep ramptest/Astrandtest
b)    Krachttesten 
a)    Quadricepskracht 
b)    Handknijpkracht
e)    Ervaring met de interpretatie van testresultaten (zie beschreven testen hierboven)
f)    Voldoende kennis en ervaring hebben met inspanningsfysiologie tijdens het sporten
g)    Bekendheid met de Nederlandse Norm Gezond Bewegen en normen voor fitheid
h)    Ervaring met het opstellen van trainingsschema’s voor astmapatiënten
i)    Bekendheid met de principes van bewegingsstimulering en fasen van gedragsverandering (o.a. cursus motivational interviewing)
j)    Ervaring in het geven van individuele beweegadviezen
k)    Affiniteit met de patiëntenpopulatie

De praktijkruimte moet voldoen aan de onderstaande criteria:

  • De praktijkruimte moet goed schoon/stofvrij zijn en goed geventileerd.
  • De fysiotherapeut moet kunnen beschikken over een oefenzaal met:
    • (Cardio)fitnessapparatuur o.a. fietsergometers, loopbanden en krachttrainingsapparaten. 
    • Voldoende ruimte voor warming-up en functionele oefeningen.
    • Borgschaal    
    • Saturatiemeter
    • AED
    • Oefenmaterialen (matjes, losse dumbell etc.)

3.    Doelen van de behandeling

Hoofddoel: 
Het optimaliseren van de gezondheidstoestand van de patiënten waarbij de patiënten een actieve levensstijl ontwikkelt waardoor het dagelijks functioneren en de zelfredzaamheid van de patiënten verbetert.

Subdoelen:

  • Verbeteren van het inspanningsvermogen.
  • Verbeteren van de spierkracht. 
  • Verminderen van bewegingsangst en het verbeteren van het zelfvertrouwen.
  • Optimaliseren van de ademhalingstechniek zowel in rust als bij inspanning.
  • Verbeteren van de mucusklaring.
  • Realiseren van adequaat gedrag/ zelfmanagement ( inname medicatie, op tijd contact zoeken met huisarts bij verschijnselen van exacerbaties, temporegulatie).
  • Verbeteren van de kwaliteit van leven.

Werkwijze fysiotherapeutische behandeling

De fysiotherapeut interpreteert de gegevens die zijn verstrekt door de huisarts en POH.
Samen met de patiënt worden de verwijsgegevens besproken, zo nodig herhaald en gecontroleerd.

Een belangrijk deel van de intake betreft de vaststelling van de persoonlijke motivatie en
doelstelling(en) en het vertrouwen om te slagen en eventuele barrières die een 
gedragsverandering in de weg staan. Samen met de patiënt analyseert de fysiotherapeut 
belemmerende factoren in het bewegend functioneren.

Naast de anamnese en inspectie kan de fysiotherapeut een keuze maken uit onderstaande meetinstrumenten om de patiënt in kaart te brengen en om de behandeling te evalueren. In principe wordt een keuze gemaakt uit de 
genoemde inspanningstesten en wordt de gekozen test consequent gebruikt bij de betreffende 
patiënt.

  • 6 MWT (6 minuut wandeltest)
  • Eventueel SWT (shuttle walktest)
  • Astrand fietstest
  • Krachttesten (o.a. Handknijptest, Quadriceps krachttest)
  • MRC (Medical Research Council)
  • PSK (patiënten specifieke klachten)

Om de bovengenoemde (sub)doelen te behalen heeft de fysiotherapeut een aantal 
verrichtingen ter beschikking:

  • Verbeteren van het inspanningsvermogen - Inspanningstraining (duur en interval), coaching (leren doseren van inspanningen en leren omgaan met arbeid/rustverhouding)
     
  • Verbeteren van de perifere spierkracht – Spierkrachttraining voor grote spiergroepen in de bewegingsketen.
     
  • Verminderen van bewegingsangst en het verbeteren van het zelfvertrouwen – Ontspanningsoefeningen, inspanningstraining en spierkrachttraining.
     
  • Optimaliseren van de ademhalingstechniek – o.a. het aanleren van pursed lips breathing (PLB-technieken), huftechnieken en houding.
     
  • Omgaan met angst voor benauwdheid bij sporten en voorkomen van hyperventilatie.
     
  • Verbeteren van de mucusklaring – Ademhalingstechnieken en stimuleren van bewegen, eventueel bij inactief leven, training. 
     
  • Realiseren van adequaat gedrag / zelfmanagement – Voorlichting en coaching.

Voorlichting, informatie en educatie

De fysiotherapeut geeft voorlichting/uitleg over de effecten en het belang van bewegen op de volgende punten:

a)    De spierfunctie (spierkracht, lokaal spieruithoudingsvermogen, verbetering van de zuurstofcapaciteit in de spier, verbetering van de stofwisseling tijdens inspanning op cellulair vlak)

b)    De inspanningscapaciteit (toename van de maximale inspanningscapaciteit, toename van het uithoudingsvermogen, reductie van de ventilatie bij een zelfde inspanning, verandering van het adempatroon en afname van dynamische hyperinflatie). 

c)    De kwaliteit van leven (klinische relevante verbetering van de functionele inspanningscapaciteit, reductie van de kortademigheid bij inspanningen van het dagelijks leven).

d)    De mucusklaring (fysieke activiteit zal naast de bovengenoemde effecten ook de mucusklaring stimuleren. Daarnaast omvat fysiotherapie verscheidene andere methodes om de mucusklaring te bevorderen. Deze worden de patiënten aangeleerd zodat zij deze zelfstandig kunnen toepassen). 

Daarnaast zal de fysiotherapeut voorlichting/uitleg geven over het belang van ontspanning en het doseren van inspanningen.

Criteria overleg en terugverwijzing

Bij het optreden van complicaties wordt overlegd met of terugverwezen naar de 
verwijzer. De training wordt stopgezet of in ieder geval niet verder geïntensiveerd. 
Mogelijke complicaties zijn:

  • Angineuze klachten
  • Collaps
  • Duizeligheid    
  • Toegenomen dyspnoe
  • Desaturatie van de patiënten (saturatie < 90% bij patiënten zonder hypoxemie in rust).
  • Veranderde symptomen, zoals bleek/grauw zien, meer hoesten, perifeer oedeem, sterker afwijkend adempatroon
  • Afname van fysieke prestaties
  • Koorts.

Terugrapportages naar de verwijzer
Voor wat betreft rapportage zijn de volgende afspraken gemaakt:

  • Zodra een patiënt bij een eerstelijnsfysiotherapeut in behandeling komt stuurt de fysiotherapeut ter informatie een brief aan (alle) behandeld arts(en), met daarin: 
    • Dat de patiënt bij hem/haar in behandeling is gekomen 
    • In het kort het plan en/of doel waarbij de verwachte duur en intensiteit benoemd worden.
  • Daarna zal de fysiotherapeut na drie maanden een rapportage sturen en in het vervolg ieder half jaar en bij complicaties zal er extra gerapporteerd worden.
  • In de rapportages worden de persoonlijke doelstellingen met de patiënt geëvalueerd en wordt het nog te volgen traject besproken. Hierbij kunnen bestaande doelstellingen worden bijgesteld c.q. aangepast of nieuwe doelstellingen worden geformuleerd. Daarnaast worden de meetinstrumenten (6 MWT/shuttle walktest/Astarand, spierkrachtmetingen, MRC en PSK) herhaald.

Inhoudsverantwoordelijke, versie en laatste wijzigingen

Geert Zaaijer, kaderhuisarts astma en COPD.

Versie maart 2019.

Het totale ketenzorgprogramma met daarin de transmurale afspraken is te downloaden via deze link.

Laatste wijzigingen ketenzorgprogramma astma:

  • Aandacht voor de verantwoordelijkheid van de zorgverlener voor patiënten die niet onder de reguliere controle willen vallen: Respect voor keuze patiënt. Wel heeft zorgverlener de verantwoordelijkheid om regelmatig (bv 1 keer per jaar), na te gaan of patiënt wel of niet terugkomt op dit besluit. 
  • Toevoeging van het astma alfabet; een handvat voor begeleiding van patiënten die hun astma niet of onvoldoende onder controle hebben. 

Bronnen: